Twitter

Update proefprocedure: samenvatting uitspraken Rechtbank Haarlem en Den Haag

blauwe-envelop

1 augustus 2012

Beste deelnemers aan de proefprocedure,

Rechtbank Haarlem en Rechtbank Den Haag hebben uitspraak gedaan in de twee procedures binnen de Fiscale Pokerprocedure. Hieronder geven wij een samenvatting van de gronden van beroep en verweer aangevuld met het oordeel van de Rechtbank in beide procedures.

Belangrijk is dat we bij aanvang van de proefprocedure met de Belastingdienst hebben afgesproken dat de zaken tot aan de hoogste rechter zullen worden uitgeprocedeerd. De uitspraken van de Rechtbank zijn voor ons gedeeltelijk gunstig maar zijn nog niet definitief totdat ze door de Hoge Raad (of eventueel het Europese Hof) zijn bevestigd.

In beroep hebben we niet het standpunt ingenomen dat poker geen kansspel is omdat het belang van de deelnemers aan de proefprocedure bij dit punt gemengd is en omdat we willen dat de rechter een inhoudelijke uitspraak doet over de overige inhoudelijke punten. In onze update van juli 2011 hebben we aangegeven dat we, mocht daar aanleiding toe zijn, het argument in hoger beroep wel naar voren kunnen brengen. In overleg met het bestuur van de stichting hebben we echter besloten dit niet te doen. Dit omdat er nog meerdere lopende procedures zijn waarin dit argument naar voren wordt gebracht en welke vermoedelijk tot de Hoge Raad worden uitgeprocedeerd. Door ons uitsluitend op de inhoudelijke argumenten te richten forceren we een uitspraak van de rechter over de vraag of de kansspelbelasting over inkomsten uit poker wel rechtmatig is, ongeacht of poker een kansspel is.

Tegen de uitspraak van Rechtbank Haarlem hebben zowel de Belastingdienst als wij hoger beroep ingediend. Er lopen dus twee procedures van hoger beroep tegen één uitspraak. Wij dienen de motivatie van hoger beroep medio augustus in. De Belastingdienst heeft echter uitstel gekregen tot het aanleveren van de gronden van beroep tot 1 oktober as. Daarna volgt voor beide procedures een ronde van verweer en wordt een zitting gepland. Wij verwachten dat die begin 2013 zal plaatsvinden.

Tegen de uitspraak van Rechtbank Den Haag dienen wij deze week hoger beroep in. De Belastingdienst heeft medegedeeld ook hoger beroep aan te tekenen.

Mocht je vragen en/of opmerkingen hebben naar aanleiding van het bovenstaande, dan kun je uiteraard contact opnemen met ons of het bestuur van de stichting.

Met vriendelijke groet,

VMW Taxand

 

Samenvatting rechtspraak Proefprocedure

1. Binnenlands kansspel  

1.1. Standpunt VMW Taxand

Primair zijn wij van mening dat de belanghebbende niet belastingplichtig is voor de kansspelbelasting omdat in de onderhavige situatie sprake is van een binnenlands kansspel op internet zoals genoemd in artikel 2 lid 2 Wet op de Kansspelbelasting.

De Staatssecretaris van Financiën heeft in de parlementaire behandeling van de Wet op de Kansspelbelasting en de Wet op de Kansspelen uitleg gegeven aan de fiscale term binnenlands kansspel. Deze toelichting is gegeven in de Eerste Kamer, Kamerstukken I, 2007-2008, 30 583, E. In zijn woorden: "In de derde vraag wordt gevraagd of de regering kan aangeven of in de wet expliciet kansspelen worden genoemd die illegaal zijn. Dat is niet mogelijk, want in de wettekst is een neutrale formulering opgenomen waarmee zowel gedoeld is op niet-toegestane als op toegestane internetkansspelen. Kansspelen waaraan (via internet) vanuit Nederland kan worden deelgenomen, worden als binnenlandse kansspelen aangemerkt. Het gaat hier om verboden kansspelen, nu de Wet op de kansspelen niet voorziet in vergunningsmogelijkheden voor internetkansspelen".

Belanghebbenden hebben vanuit Nederland deelgenomen aan kansspelen op internet (poker). Deze kansspelen werden aangeboden door een aanbieder die niet in het bezit was van een vergunning. Gelet op de bovenstaande interpretatie van de Staatssecretaris, is in deze situatie sprake van deelname aan een binnenlandse kansspel dat via internet wordt gespeeld. De in Nederland woonachtige gerechtigde tot de prijzen uit deelname aan binnenlandse kansspelen op internet, is niet belastingplichtig voor de kansspelbelasting. De naheffingsaanslagen kansspelbelasting ten name van belanghebbenden kunnen dan ook niet in stand blijven. 

1.2. Standpunt inspecteur

De inspecteur is van mening dat de benoeming van internetkansspelen waar vanuit Nederland aan kan worden deelgenomen als binnenlandse internetkansspelen door de staatssecretaris een vergissing is die niet leidt tot een andere uitleg van de Wet op de Kansspelbelasting.

1.3. Oordeel Rechtbank Haarlem

De Rechtbank is van mening dat, gelet op de duidelijke bewoording van artikel 2, tweede en derde lid van de Wet KSB en de parlementaire geschiedenis van de Wet KSB, de wetgever onderscheid heeft willen maken tussen buitenlandse en binnenlandse kansspelen. Voorts oordeelt de Rechtbank dat moet worden toegegeven dat uit de uitspraak van de staatssecretaris, zoals hierboven vermeld, ook de conclusie kan worden getrokken die wij voorstaan (dat er wel sprake is van een binnenlands kansspel). Echter, de wijze waarop de Belastingdienst de wet interpreteert past volgens de Rechtbank beter binnen het systeem en bij de tekst van de Wet KSB.

De Rechtbank wijst deze beroepsgrond dus af. Maar door de specifieke opmerking dat ook onze conclusie kan worden getrokken, zijn we van mening dat de Rechtbank hiermee zegt dat ons standpunt pleitbaar is. Dit is met name gunstig voor de discussie of een boete kan worden opgelegd wanneer geen kansspelbelasting is betaald over prijzen uit online poker (als sprake is van een pleitbaar standpunt kan immers geen boete worden opgelegd).

1.4. Oordeel Rechtbank Den Haag

De Rechtbank Den Haag heeft geoordeeld dat de tekst van de Wet KSB zeer duidelijk is en dat de uitspraak van de Staatssecretaris geen andere uitleg geeft. Rechtbank Den Haag maakt bij dit standpunt niet de expliciete nuancering dat onze uitleg tevens mogelijk is.

2. EU-recht  

2.1. Standpunt VMW Taxand

Subsidiair zijn wij van mening dat de heffing van kansspelbelasting in strijd is met het Gemeenschapsrecht, waarbij met name het recht op vrij verkeer van diensten (artikel 56 van het Verdrag) en het recht op vrij verkeer van kapitaal (artikel 63 van het Verdrag) worden geschonden.

Op grond van de Wet KSB wordt deelname aan een buitenlands kansspel op internet of tijdens een live toernooi op twee wijzen verschillend behandeld dan deelname aan een binnenlands kansspel op internet.

Ten eerste wordt een deelnemer aan een buitenlands kansspel op internet geconfronteerd met de belastingplicht voor de kansspelbelasting, terwijl dit niet geldt voor de deelnemer aan binnenlandse kansspelen op internet. Ten tweede heeft de wijze van heffing tot gevolg dat de effectieve druk van de kansspelbelasting vele malen hoger is bij buitenlandse kansspelen dan bij binnenlandse kansspelen.

Het feit dat de effectieve belastingdruk van de kansspelbelasting ten aanzien van buitenlandse kansspelen vele malen hoger is dan ten aanzien van binnenlandse kansspelen, versterkt de nadelige behandeling van de buitenlandse situaties. Gelet op het bovenstaande is derhalve sprake van discriminatie van de buitenlandse situaties ten opzichte van de binnenlandse situaties. Belanghebbende is van mening dat deze discriminatie van de deelname aan buitenlandse kansspelen zowel in strijd is met het vrije verkeer van diensten als het vrije verkeer van kapitaal.

2.2. Standpunt inspecteur

In het verweerschrift neemt de inspecteur het “onorthodoxe” standpunt in dat juridisch gezien, óók bij deelname aan een live pokertoernooi (Texas Hold’em) in Nederland bij Holland Casino of een illegale aanbieder, de speler belastingplichtig is voor de kansspelbelasting en dat de aanbieder de kansspelbelasting moet inhouden voordat de prijs wordt uitgekeerd. Conform dit standpunt van de inspecteur zal er ten aanzien van live toernooien de deelname aan buitenlandse toernooien niet worden belemmerd en is er geen strijdigheid met het Europese recht, met name het vrije verkeer van diensten. Ten aanzien van het vrije verkeer van kapitaal is de inspecteur van mening dat dit niet aan de orde is omdat niet is gebleken dat de gokwinsten niet onbelemmerd naar Nederland kunnen worden gehaald.

2.3. Oordeel Rechtbank Haarlem

(i) live toernooien

De Rechtbank Haarlem oordeelt dat poker (ook in toernooivorm) een casinospel is en vindt hiervoor steun in de parlementaire geschiedenis van de Wet KSB. Voorts oordeelt de Rechtbank dat het verschil in belastingheffing bij een binnenlands en een buitenlands live toernooi een belemmering vormt van het vrije verkeer van diensten. Volgens de rechter is het Nederlandse kansspelbeleid dat zich richt op het voorkomen van gokverslaving geen rechtvaardiging voor een verschil is belastingheffing. Tevens is het voorkomen van het faillissement van Holland Casino geen rechtvaardiging (dit waren de twee door de Belastingdienst aangevoerde rechtvaardigingen). Immers, zo oordeelt de Rechtbank, dient ook de individuele pokerspeler te worden behoed voor een persoonlijk faillissement. De Rechtbank ziet geen aanleiding om in goede justitie een juiste maatstaf van hefing vast te stellen en oordeelt dan ook dat dit aan de wetgever is. Gevolg is dat de naheffingsaanslagen wordt vernietigd voor zover deze zien op live toernooien binnen de Europese Unie.

(ii) online poker

Voor een juist begrip van het oordeel van de Rechtbank op dit punt zullen we kort de inhoudelijke achtergrond schetsen. Het vrije verkeer van diensten is alleen van toepassing binnen de Europese Unie. Het recht op vrij verkeer van kapitaal werkt echter ook door naar landen buiten de Europese Unie (derde landen), waardoor wetgeving die het kapitaalverkeer met derde landen belemmert, tevens niet in stand kan blijven. Echter, er kan geen succesvol beroep worden gedaan op de vrijheid van kapitaalverkeer, wanneer de beperkende maatregel met name het vrij verkeer van diensten beperkt. De rechter toetst de maatregel dan alleen aan het vrije verkeer van diensten en in een situatie waarbij een derde land is betrokken, kan hier geen beroep op worden gedaan.

In deze procedure oordeelt de Rechtbank dat de verschuldigdheid van de KSB voortvloeit uit de deelname aan een kansspel in de bronstaat (dit is volgens de Rechtbank verkeer van diensten) en niet uit de beweging van het kapitaal. De Rechtbank is van mening dat de heffing van KSB geen belemmering is voor het vrije verkeer van kapitaal omdat de prijs zonder door de KSB opgeroepen belemmeringen in Nederland kan worden geincasserd.

De Rechtbank volgt ons dus niet in het standpunt dat de vrijheid van kapitaalverkeer van toepassing is (en is voorts van mening dat er ook geen sprake zal zijn van de schending van het vrije kapitaalverkeer). Dit betekent dat volgens de Rechtbank de heffing van kansspelbelasting over prijzen uit deelname aan online poker van aanbieders die buiten de Europese Unie zijn gevestigd niet in strijd is met het Europese recht en de naheffingsaanslagen wordt op dit punt dan ook in stand gelaten.

De Rechter volgt ons echter wel in het standpunt dat de heffing van kansspelbelasting over prijzen uit online poker van aanbieders die binnen de Europese Unie zijn gevestigd in strijd is met het Europese recht en vernietigd de naheffingsaanslagen voor zover deze zien op deze prijzen.

 

2.3. Oordeel Rechtbank Den Haag

(i) live toernooien

Anders dan Rechtbank Haarlem, is Rechtbank Den Haag van mening dat live poker in toernooivorm geen casinospel is, doordat de inzetten en uitkeringen elkaar niet snel opvolgen en omdat de organisator slechts het spel faciliteert en niet deelneemt als bank. Conform deze uitleg is de winnaar van een prijs bij een live toernooi zowel in een binnenlandse als in een buitenlandse situatie belastingplichtig en is er volgens de Rechtbank dan ook geen belemmering van de buitenlandse situatie. De Rechtbank gaat niet in op ons argument dat een winnaar van een toernooi bij Holland Casino door de Belastingdienst niet als belastingplichtige wordt beschouwd. De Rechtbank acht de heffing van kansspelbelasting over live toernooien buiten Nederland (zowel binnen als buiten de EU) niet in strijd met EU recht.

(ii) online poker

Gelijk aan Rechtbank Haarlem oordeelt Rechtbank Den Haag dat de heffing van kansspelbelasting over prijzen uit online poker binnen de EU in strijd is met het vrije verkeer van diensten maar niet in strijd met het vrije verkeer van kapitaal.

Vreemd genoeg is de Rechtbank Den Haag (anders dan Rechtbank Haarlem) van mening dat zij niet zelf de naheffingsaanslagen kan vernietigen en doet een oproep aan de wetgever om de Wet op de Kansspelbelasting aan te passen. De naheffingsaanslagen worden door de Rechtbank dus in stand gelaten.

3. Artikel 1 Eerste Protocol EVRM

3.1. Standpunt VMW Taxand

Meer subsidiair zijn wij van mening dat de heffing van kansspelbelasting over het resultaat per maand bij deelname aan buitenlandse kansspelen op internet, zonder dat de verliezen tussen de maanden onderling kunnen worden verrekend, in strijd is met artikel 1 Eerste Protocol EVRM. Voorts zijn wij van mening dat de heffing van kansspelbelasting naar de gewonnen prijzen bij deelname aan buitenlandse casinospelen, zonder dat de inleg kan worden verrekend, tevens in strijd is met artikel 1 Eerste Protocol EVRM. Het niet kunnen verrekenen van het verlies en de inleg leidt tot een dermate hoge belastindruk dat er sprake is van een buitensporige last. Dit is in strijd met artikel 1 van het Eerste Protocol van het EVRM.

3.2. Standpunt inspecteur

De inspecteur is van mening dat er geen buitensporige last optreedt die in strijd is met het EVRM omdat (1.) er gelet op de uitvoerbaarheid van de Wet op de Kansspelbelasting voor is gekozen om per tijdvak te heffen. Binnen dit tijdvak kan wel worden verrekend, hetgeen op zich al een tegemoetkoming is en (2.) omdat de speler een keuzevrijheid heeft om te bepalen of al dan niet wordt gespeeld en wordt ingezet. Door die keuzevrijheid is er geen sprake van een individuele en buitensporige last.

3.3. Oordeel Rechtbank Haarlem

De Rechtbank is niet van mening dat de heffing van KSB leidt tot een buitensporige last. De Rechtbank oordeelt dat van het tarief van 29% van de KSB niet kan worden gezegd dat het een onevenredige belasting oplevert. Dit geldt volgens de Rechtbank des te meer voor een belasting als de KSB, die uitgaat van het buitenkansbeginsel en die niet beoogt om een regulier bron van inkomsten te belasten. Voorts wijst de Rechtbank er specifiek op dat een speler vrijwillig aan een kansspel deelneemt en dat hij moet begrijpen dat een kansspel behalve goede kansen, ook kwade kansen kent. Een speler accepteert volgens de Rechtbank dat hij verlies kan leiden en het is aan de speler om zijn spelstrategie zo af te stemmen dat hij een verliezen lijdt die hij niet kan dragen. Bij deze inschatting dient een speler volgens de rechter rekening te houden met de verschuldigheid van KSB.

De Rechtbank oordeelt derhalve dat de heffing van KSB niet in strijd is met artikel 1 Eerste Protocol EVRM en verwerpt deze beroepsgrond.

3.4. Oordeel Rechtbank Den Haag

Rechtbank Den Haag oordeelt gelijk met Rechtbank Haarlem dat de heffing van kansspelbelasting niet in strijd is met artikel 1 Eerste Protocol EVRM. Zonder een uitvoerige motivatie te geven oordeelt Rechtbank Den Haag dat de kansspelbelasting, gelet op het tarief en de grondslag, niet leidt tot een excessieve last voor de belastingplichtige.

3.5. Recente ontwikkelingen in de rechtspraak

Op 19 juli jl. heeft het Gerechtshof Amsterdam in een andere zaak uitspraak gedaan over de verenigbaarheid van de heffing van kansspelbelasting bij speelautomaten met artikel 1 Eerste Protocol EVRM. In deze procedure oordeelde het Hof dat de Wet op de Kansspelbelasting voor de exploitant van speelautomaten wél in strijd is met het eigendomsrecht omdat de wetswijziging een zware last voor de exploitant met zich bracht en de wetgever dit ten onrechte niet in zijn overweging heeft meegenomen. In deze procedure oordeelde de rechter dat de heffing van kansspelbelasting in stand kan worden gelaten maar dat de belastingplichtigen recht (kunnen) hebben op een schadevergoeding. Hiervoor dient een aparte procedure te worden gestart.

Wij zullen deze jurisprudentie verwerken in het hoger beroep van de proefprocedure.

4. Vrijstelling ter voorkoming van dubbele belasting

4.1. Standpunt VMW Taxand

Meer subsidiair zijn wij van mening dat de prijzen dienen te worden vrijgesteld van de heffing van kansspelbelasting op grond van artikel 52 Besluit voorkoming dubbele belasting (hierna: "Bvdb"). 

4.2. Standpunt inspecteur

Ten aanzien van het beroep op de vrijstelling van de buitenlandse prijzen is de inspecteur voor internetkansspelen van mening dat onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat de vrijstelling van toepassing is. Voor live toernooien in het buitenland gaat de inspecteur alleen in op de Franse heffing over de rake, waar hij tegen aanvoert dat (1.) deze heffing niet voldoende aannemelijk is gemaakt en (2.) dat indien de heffing wel heeft plaatsgevonden, deze niet vergelijkbaar is met de Nederlandse heffing van kansspelbelasting. 

4.3. Oordeel Rechtbank Haarlem

De vrijstelling van artikel 52 Bvdb is van toepassing wanneer de prijs in het buitenland is onderworden aan een gelijksoortige belasting. In discussie is wanneer er sprake is van een gelijksoortige belasting. De Rechtbank oordeelt dat de vrijstelling van toepassing is indien en voorzover de prijs (het object van de belastingheffing) in beginsel in het andere land in de belastingheffing wordt betrokken. Het is niet vereist dat daadwerkelijk belasting over de prijs is betaald of dat de volledige prijs is belast door bijvoorbeeld de toepassing van een gedeeltelijke vrijstelling. Deze onderworpenheid moet worden aangetoond door middel van een aanslag of een ander document dat door de buitenlandse fiscus is afgegeven. Meer specifiek oordeelt de Rechtbank dat wanneer de buitenlandse aanbieder belasting is verschuldigd over de rake, dit geen gelijksoortige belasting is en dat de vrijstelling dan niet van toepassing is.

Op grond van dit oordeel kan dus een beroep worden gedaan op de vrijstelling wanneer in het buitenland (ook buiten de Europese Unie) de prijs in de belastingheffing wordt betrokken (vrijgesteld of niet). De bewijslast rust echter op de speler en de onderworpenheid moet met een officieel document worden aangetoond.

4.3. Oordeel Rechtbank Den Haag

Rechtbank Den Haag volstaat met het oordeel dat niet aannemelijk is gemaakt dat de prijzen zijn onderworpen aan een met de kansspelbelasting gelijksoortige belasting. Niet wordt genoemd wanneer er nu sprake is van een gelijksoortige belasting.

5. Verrekening met inkomstenbelasting

5.1. Standpunt VMW Taxand

Meer subsidiair zijn wij van mening dat, indien belanghebbende kansspelbelasting is verschuldigd, de kansspelbelasting op grond van artikel 9.2 eerste lid onder c Wet op de Inkomstenbelasting 2001 dient te worden verrekend met de inkomstenbelasting.

In artikel 9.2 eerste lid onder c Wet op de Inkomstenbelasting 2001 is bepaald dat de op prijzen van kansspelen geheven kansspelbelasting die betrekking heeft op bestanddelen van het verzamelinkomen als voorheffing met de inkomstenbelasting dient te worden verrekend. Het verzamelinkomen bestaat op grond van artikel 2.18 Wet Inkomstenbelasting 2001 uit het gezamenlijke bedrag van het inkomen uit werk en woning, het inkomen uit aanmerkelijk belang en het belastbare inkomen uit sparen en beleggen, verminderd met het daarin begrepen te conserveren inkomen.

Resultaten die worden behaald met deelname aan buitenlandse kansspelen, meer specifiek met deelname aan poker, vormen belastbaar inkomen uit sparen en beleggen als in artikel 5.1. Wet Inkomstenbelasting 2001 en maken derhalve deel uit van het verzamelinkomen. De is kansspelbelasting die is verschuldigd op grond van artikel 1 lid 1 sub d dan wel e van de Wet op de Kansspelbelasting dient dan ook als voorheffing te worden verrekend met de verschuldigde inkomstenbelasting.

5.2. Standpunt inspecteur

Omtrent het beroep op de verrekening van de verschuldigde kansspelbelasting met de inkomstenbelasting is de inspecteur van mening dat dit niet mogelijk is omdat de prijs niet deel uit maakte van het de belastinggrondslag in box III op 1 januari en 31 december van het jaar (de peildata).

5.3. Oordeel Rechtbank Haarlem

De Rechtbank oordeelt dat de kansspelbelasting alleen kan worden verrekend indien de opbrengsten uit poker in box I worden belast als winst uit onderneming of resultaat uit overige werkzaamheden De Rechtbank is namelijk van mening dat niet de opbrengsten uit poker in box III worden belast, maar slechts de verworven bezittingen waarvan wordt geacht dat er een fictief rendement van 4% mee wordt behaald. De Rechtbank verwerpt derhalve deze grond van beroep.

5.4. Oordeel Rechtbank Den Haag.

Dit punt is niet behandeld door Rechtbank Den Haag.

6. Boete

6.1. Standpunt VMW Taxand

Tot slot zijn wij van mening dat de verzuimboete op grond van artikel 67b en artikel 67c AWR ten onrechte is opgelegd omdat belanghebbende geen kansspelbelasting is verschuldigd, dan wel omdat belanghebbende op een pleitbaar standpunt heeft gebaseerd dat geen kansspelbelasting verschuldigd was.

6.2. Standpunt inspecteur

De inspecteur geeft aan van mening te zijn dat de boetes terecht zijn opgelegd omdat een pleitbaar standpunt ontbreekt. Naar zijn mening is de wet en de stand van de jurisprudentie met betrekking tot de onderhavige tijdvakken voldoende duidelijk.

 

6.3. Oordeel Rechtbank Haarlem

De Rechtbank Haarlem heeft de opgelegde boete ambtshalve (uit zichzelf)getoetst aan de wet en is van mening dat de boete op basis van het verkeerde wetsartikel is opgelegd. De boete wordt derhalve vernietigd. De rechter geeft geen oordeel over de vraag of er sprake is van een pleitbaar standpunt. Echter, door opnieuw te oordelen dat de heffing van KSB in strijd is met Europees recht en door aan te geven dat op basis van de uitspraak van de Staatssecretaris ook een andere conclusie kan worden getrokken, heeft de rechter naar onze mening voldoende duidelijk gemaakt dat het een pleitbaar standpunt is dat geen kansspelbelasting verschuldigd is.

6.4. Oordeel Rechtbank Den Haag

Rechtbank Den Haag maakt, wegens voor ons onduidelijke redenen, onderscheid tussen de boeten die zijn opgelegd bij de naheffingsaanslagen volgend op een zogenaamde nul-aangifte en een boekenonderzoek door de Belastingdienst waardoor resultaten aan het licht kwamen die niet eerder waren opgegeven.

Wat betreft de boete volgend op het boekenonderzoek oordeelt de Rechtbank dat het standpunt van de belastingplichtige dat geen kansspelbelasting is verschuldigd pleitbaar is en dat daarom geen boete kan worden opgelegd. Deze boete wordt dan ook vernietigd. Omtrent de boete die is opgelegd bij de naheffingsaanslag volgend op de nul-aangifte oordeelt de Rechtbank dat deze boete is opgelegd omdat het bedrag dat op de aangifte had moeten worden voldoen niet is betaald en daar kan niet tegen in worden gebracht dat op een op een pleitbaar standpunt is gebaseerd dat geen kansspelbelasting was verschuldigd. Deze boete wordt in stand gelaten. •

Disclaimer

Stichting Nederlandse PokerBond sluit alle aansprakelijkheid uit voor enigerlei directe of indirecte schade, van welke aard dan ook, die voortvloeit uit of in enig opzicht verband houdt met het gebruik van deze website. Stichting Nederlandse PokerBond stimuleert op geen enkele wijze deelname aan illegale kansspelen.

Copyright

Het auteursrecht op al het materiaal op www.pokerbond.nl en alle subdirectories berust in principe bij Stichting Nederlandse PokerBond, tenzij anders vermeld.  Het is niet toegestaan om zonder uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van Stichting Nederlandse PokerBond informatie via elektronische en gedrukte media of op welke andere wijze ook, op te slaan en/of te verspreiden.

Persoonsgegevens

Wij geven geen persoonlijke gegevens uit. Uw persoonlijke gegevens, ten behoeve van onze nieuwsbrief,  zullen nimmer zonder uw nadrukkelijke toestemming aan een derde partij worden uitgegeven.
RocketTheme Joomla Templates