Twitter

Stichting Fiscale Pokerprocedure
                                                                                                                                                      

Nieuws

Updates VMW Taxand:

1 augustus 2012: Samenvatting uitspraken Rechtbank Haarlem en Den Haag

Beste deelnemers aan de proefprocedure,

Rechtbank Haarlem en Rechtbank Den Haag hebben uitspraak gedaan in de twee procedures binnen de Fiscale Pokerprocedure. Hieronder geven wij een samenvatting van de gronden van beroep en verweer aangevuld met het oordeel van de Rechtbank in beide procedures.

Belangrijk is dat we bij aanvang van de proefprocedure met de Belastingdienst hebben afgesproken dat de zaken tot aan de hoogste rechter zullen worden uitgeprocedeerd. De uitspraken van de Rechtbank zijn voor ons gedeeltelijk gunstig maar zijn nog niet definitief totdat ze door de Hoge Raad (of eventueel het Europese Hof) zijn bevestigd.

In beroep hebben we niet het standpunt ingenomen dat poker geen kansspel is omdat het belang van de deelnemers aan de proefprocedure bij dit punt gemengd is en omdat we willen dat de rechter een inhoudelijke uitspraak doet over de overige inhoudelijke punten. In onze update van juli 2011 hebben we aangegeven dat we, mocht daar aanleiding toe zijn, het argument in hoger beroep wel naar voren kunnen brengen. In overleg met het bestuur van de stichting hebben we echter besloten dit niet te doen. Dit omdat er nog meerdere lopende procedures zijn waarin dit argument naar voren wordt gebracht en welke vermoedelijk tot de Hoge Raad worden uitgeprocedeerd. Door ons uitsluitend op de inhoudelijke argumenten te richten forceren we een uitspraak van de rechter over de vraag of de kansspelbelasting over inkomsten uit poker wel rechtmatig is, ongeacht of poker een kansspel is.

Tegen de uitspraak van Rechtbank Haarlem hebben zowel de Belastingdienst als wij hoger beroep ingediend. Er lopen dus twee procedures van hoger beroep tegen één uitspraak. Wij dienen de motivatie van hoger beroep medio augustus in. De Belastingdienst heeft echter uitstel gekregen tot het aanleveren van de gronden van beroep tot 1 oktober as. Daarna volgt voor beide procedures een ronde van verweer en wordt een zitting gepland. Wij verwachten dat die begin 2013 zal plaatsvinden.

Tegen de uitspraak van Rechtbank Den Haag dienen wij deze week hoger beroep in. De Belastingdienst heeft medegedeeld ook hoger beroep aan te tekenen.

Mocht je vragen en/of opmerkingen hebben naar aanleiding van het bovenstaande, dan kun je uiteraard contact opnemen met ons of het bestuur van de stichting.

Met vriendelijke groet,

VMW Taxand

Samenvatting rechtspraak Proefprocedure

1. Binnenlands kansspel  

1.1. Standpunt VMW Taxand

Primair zijn wij van mening dat de belanghebbende niet belastingplichtig is voor de kansspelbelasting omdat in de onderhavige situatie sprake is van een binnenlands kansspel op internet zoals genoemd in artikel 2 lid 2 Wet op de Kansspelbelasting.

De Staatssecretaris van Financiën heeft in de parlementaire behandeling van de Wet op de Kansspelbelasting en de Wet op de Kansspelen uitleg gegeven aan de fiscale term binnenlands kansspel. Deze toelichting is gegeven in de Eerste Kamer, Kamerstukken I, 2007-2008, 30 583, E. In zijn woorden: "In de derde vraag wordt gevraagd of de regering kan aangeven of in de wet expliciet kansspelen worden genoemd die illegaal zijn. Dat is niet mogelijk, want in de wettekst is een neutrale formulering opgenomen waarmee zowel gedoeld is op niet-toegestane als op toegestane internetkansspelen. Kansspelen waaraan (via internet) vanuit Nederland kan worden deelgenomen, worden als binnenlandse kansspelen aangemerkt. Het gaat hier om verboden kansspelen, nu de Wet op de kansspelen niet voorziet in vergunningsmogelijkheden voor internetkansspelen".

Belanghebbenden hebben vanuit Nederland deelgenomen aan kansspelen op internet (poker). Deze kansspelen werden aangeboden door een aanbieder die niet in het bezit was van een vergunning. Gelet op de bovenstaande interpretatie van de Staatssecretaris, is in deze situatie sprake van deelname aan een binnenlandse kansspel dat via internet wordt gespeeld. De in Nederland woonachtige gerechtigde tot de prijzen uit deelname aan binnenlandse kansspelen op internet, is niet belastingplichtig voor de kansspelbelasting. De naheffingsaanslagen kansspelbelasting ten name van belanghebbenden kunnen dan ook niet in stand blijven. 

1.2. Standpunt inspecteur

De inspecteur is van mening dat de benoeming van internetkansspelen waar vanuit Nederland aan kan worden deelgenomen als binnenlandse internetkansspelen door de staatssecretaris een vergissing is die niet leidt tot een andere uitleg van de Wet op de Kansspelbelasting.

1.3. Oordeel Rechtbank Haarlem

De Rechtbank is van mening dat, gelet op de duidelijke bewoording van artikel 2, tweede en derde lid van de Wet KSB en de parlementaire geschiedenis van de Wet KSB, de wetgever onderscheid heeft willen maken tussen buitenlandse en binnenlandse kansspelen. Voorts oordeelt de Rechtbank dat moet worden toegegeven dat uit de uitspraak van de staatssecretaris, zoals hierboven vermeld, ook de conclusie kan worden getrokken die wij voorstaan (dat er wel sprake is van een binnenlands kansspel). Echter, de wijze waarop de Belastingdienst de wet interpreteert past volgens de Rechtbank beter binnen het systeem en bij de tekst van de Wet KSB.

De Rechtbank wijst deze beroepsgrond dus af. Maar door de specifieke opmerking dat ook onze conclusie kan worden getrokken, zijn we van mening dat de Rechtbank hiermee zegt dat ons standpunt pleitbaar is. Dit is met name gunstig voor de discussie of een boete kan worden opgelegd wanneer geen kansspelbelasting is betaald over prijzen uit online poker (als sprake is van een pleitbaar standpunt kan immers geen boete worden opgelegd).

1.4. Oordeel Rechtbank Den Haag

De Rechtbank Den Haag heeft geoordeeld dat de tekst van de Wet KSB zeer duidelijk is en dat de uitspraak van de Staatssecretaris geen andere uitleg geeft. Rechtbank Den Haag maakt bij dit standpunt niet de expliciete nuancering dat onze uitleg tevens mogelijk is.

2. EU-recht  

2.1. Standpunt VMW Taxand

Subsidiair zijn wij van mening dat de heffing van kansspelbelasting in strijd is met het Gemeenschapsrecht, waarbij met name het recht op vrij verkeer van diensten (artikel 56 van het Verdrag) en het recht op vrij verkeer van kapitaal (artikel 63 van het Verdrag) worden geschonden.

Op grond van de Wet KSB wordt deelname aan een buitenlands kansspel op internet of tijdens een live toernooi op twee wijzen verschillend behandeld dan deelname aan een binnenlands kansspel op internet.

Ten eerste wordt een deelnemer aan een buitenlands kansspel op internet geconfronteerd met de belastingplicht voor de kansspelbelasting, terwijl dit niet geldt voor de deelnemer aan binnenlandse kansspelen op internet. Ten tweede heeft de wijze van heffing tot gevolg dat de effectieve druk van de kansspelbelasting vele malen hoger is bij buitenlandse kansspelen dan bij binnenlandse kansspelen.

Het feit dat de effectieve belastingdruk van de kansspelbelasting ten aanzien van buitenlandse kansspelen vele malen hoger is dan ten aanzien van binnenlandse kansspelen, versterkt de nadelige behandeling van de buitenlandse situaties. Gelet op het bovenstaande is derhalve sprake van discriminatie van de buitenlandse situaties ten opzichte van de binnenlandse situaties. Belanghebbende is van mening dat deze discriminatie van de deelname aan buitenlandse kansspelen zowel in strijd is met het vrije verkeer van diensten als het vrije verkeer van kapitaal.

2.2. Standpunt inspecteur

In het verweerschrift neemt de inspecteur het “onorthodoxe” standpunt in dat juridisch gezien, óók bij deelname aan een live pokertoernooi (Texas Hold’em) in Nederland bij Holland Casino of een illegale aanbieder, de speler belastingplichtig is voor de kansspelbelasting en dat de aanbieder de kansspelbelasting moet inhouden voordat de prijs wordt uitgekeerd. Conform dit standpunt van de inspecteur zal er ten aanzien van live toernooien de deelname aan buitenlandse toernooien niet worden belemmerd en is er geen strijdigheid met het Europese recht, met name het vrije verkeer van diensten. Ten aanzien van het vrije verkeer van kapitaal is de inspecteur van mening dat dit niet aan de orde is omdat niet is gebleken dat de gokwinsten niet onbelemmerd naar Nederland kunnen worden gehaald.

2.3. Oordeel Rechtbank Haarlem

(i) live toernooien

De Rechtbank Haarlem oordeelt dat poker (ook in toernooivorm) een casinospel is en vindt hiervoor steun in de parlementaire geschiedenis van de Wet KSB. Voorts oordeelt de Rechtbank dat het verschil in belastingheffing bij een binnenlands en een buitenlands live toernooi een belemmering vormt van het vrije verkeer van diensten. Volgens de rechter is het Nederlandse kansspelbeleid dat zich richt op het voorkomen van gokverslaving geen rechtvaardiging voor een verschil is belastingheffing. Tevens is het voorkomen van het faillissement van Holland Casino geen rechtvaardiging (dit waren de twee door de Belastingdienst aangevoerde rechtvaardigingen). Immers, zo oordeelt de Rechtbank, dient ook de individuele pokerspeler te worden behoed voor een persoonlijk faillissement. De Rechtbank ziet geen aanleiding om in goede justitie een juiste maatstaf van hefing vast te stellen en oordeelt dan ook dat dit aan de wetgever is. Gevolg is dat de naheffingsaanslagen wordt vernietigd voor zover deze zien op live toernooien binnen de Europese Unie.

(ii) online poker

Voor een juist begrip van het oordeel van de Rechtbank op dit punt zullen we kort de inhoudelijke achtergrond schetsen. Het vrije verkeer van diensten is alleen van toepassing binnen de Europese Unie. Het recht op vrij verkeer van kapitaal werkt echter ook door naar landen buiten de Europese Unie (derde landen), waardoor wetgeving die het kapitaalverkeer met derde landen belemmert, tevens niet in stand kan blijven. Echter, er kan geen succesvol beroep worden gedaan op de vrijheid van kapitaalverkeer, wanneer de beperkende maatregel met name het vrij verkeer van diensten beperkt. De rechter toetst de maatregel dan alleen aan het vrije verkeer van diensten en in een situatie waarbij een derde land is betrokken, kan hier geen beroep op worden gedaan.

In deze procedure oordeelt de Rechtbank dat de verschuldigdheid van de KSB voortvloeit uit de deelname aan een kansspel in de bronstaat (dit is volgens de Rechtbank verkeer van diensten) en niet uit de beweging van het kapitaal. De Rechtbank is van mening dat de heffing van KSB geen belemmering is voor het vrije verkeer van kapitaal omdat de prijs zonder door de KSB opgeroepen belemmeringen in Nederland kan worden geincasserd.

De Rechtbank volgt ons dus niet in het standpunt dat de vrijheid van kapitaalverkeer van toepassing is (en is voorts van mening dat er ook geen sprake zal zijn van de schending van het vrije kapitaalverkeer). Dit betekent dat volgens de Rechtbank de heffing van kansspelbelasting over prijzen uit deelname aan online poker van aanbieders die buiten de Europese Unie zijn gevestigd niet in strijd is met het Europese recht en de naheffingsaanslagen wordt op dit punt dan ook in stand gelaten.

De Rechter volgt ons echter wel in het standpunt dat de heffing van kansspelbelasting over prijzen uit online poker van aanbieders die binnen de Europese Unie zijn gevestigd in strijd is met het Europese recht en vernietigd de naheffingsaanslagen voor zover deze zien op deze prijzen.

 

2.3. Oordeel Rechtbank Den Haag

(i) live toernooien

Anders dan Rechtbank Haarlem, is Rechtbank Den Haag van mening dat live poker in toernooivorm geen casinospel is, doordat de inzetten en uitkeringen elkaar niet snel opvolgen en omdat de organisator slechts het spel faciliteert en niet deelneemt als bank. Conform deze uitleg is de winnaar van een prijs bij een live toernooi zowel in een binnenlandse als in een buitenlandse situatie belastingplichtig en is er volgens de Rechtbank dan ook geen belemmering van de buitenlandse situatie. De Rechtbank gaat niet in op ons argument dat een winnaar van een toernooi bij Holland Casino door de Belastingdienst niet als belastingplichtige wordt beschouwd. De Rechtbank acht de heffing van kansspelbelasting over live toernooien buiten Nederland (zowel binnen als buiten de EU) niet in strijd met EU recht.

(ii) online poker

Gelijk aan Rechtbank Haarlem oordeelt Rechtbank Den Haag dat de heffing van kansspelbelasting over prijzen uit online poker binnen de EU in strijd is met het vrije verkeer van diensten maar niet in strijd met het vrije verkeer van kapitaal.

Vreemd genoeg is de Rechtbank Den Haag (anders dan Rechtbank Haarlem) van mening dat zij niet zelf de naheffingsaanslagen kan vernietigen en doet een oproep aan de wetgever om de Wet op de Kansspelbelasting aan te passen. De naheffingsaanslagen worden door de Rechtbank dus in stand gelaten.

3. Artikel 1 Eerste Protocol EVRM

3.1. Standpunt VMW Taxand

Meer subsidiair zijn wij van mening dat de heffing van kansspelbelasting over het resultaat per maand bij deelname aan buitenlandse kansspelen op internet, zonder dat de verliezen tussen de maanden onderling kunnen worden verrekend, in strijd is met artikel 1 Eerste Protocol EVRM. Voorts zijn wij van mening dat de heffing van kansspelbelasting naar de gewonnen prijzen bij deelname aan buitenlandse casinospelen, zonder dat de inleg kan worden verrekend, tevens in strijd is met artikel 1 Eerste Protocol EVRM. Het niet kunnen verrekenen van het verlies en de inleg leidt tot een dermate hoge belastindruk dat er sprake is van een buitensporige last. Dit is in strijd met artikel 1 van het Eerste Protocol van het EVRM.

3.2. Standpunt inspecteur

De inspecteur is van mening dat er geen buitensporige last optreedt die in strijd is met het EVRM omdat (1.) er gelet op de uitvoerbaarheid van de Wet op de Kansspelbelasting voor is gekozen om per tijdvak te heffen. Binnen dit tijdvak kan wel worden verrekend, hetgeen op zich al een tegemoetkoming is en (2.) omdat de speler een keuzevrijheid heeft om te bepalen of al dan niet wordt gespeeld en wordt ingezet. Door die keuzevrijheid is er geen sprake van een individuele en buitensporige last.

3.3. Oordeel Rechtbank Haarlem

De Rechtbank is niet van mening dat de heffing van KSB leidt tot een buitensporige last. De Rechtbank oordeelt dat van het tarief van 29% van de KSB niet kan worden gezegd dat het een onevenredige belasting oplevert. Dit geldt volgens de Rechtbank des te meer voor een belasting als de KSB, die uitgaat van het buitenkansbeginsel en die niet beoogt om een regulier bron van inkomsten te belasten. Voorts wijst de Rechtbank er specifiek op dat een speler vrijwillig aan een kansspel deelneemt en dat hij moet begrijpen dat een kansspel behalve goede kansen, ook kwade kansen kent. Een speler accepteert volgens de Rechtbank dat hij verlies kan leiden en het is aan de speler om zijn spelstrategie zo af te stemmen dat hij een verliezen lijdt die hij niet kan dragen. Bij deze inschatting dient een speler volgens de rechter rekening te houden met de verschuldigheid van KSB.

De Rechtbank oordeelt derhalve dat de heffing van KSB niet in strijd is met artikel 1 Eerste Protocol EVRM en verwerpt deze beroepsgrond.

3.4. Oordeel Rechtbank Den Haag

Rechtbank Den Haag oordeelt gelijk met Rechtbank Haarlem dat de heffing van kansspelbelasting niet in strijd is met artikel 1 Eerste Protocol EVRM. Zonder een uitvoerige motivatie te geven oordeelt Rechtbank Den Haag dat de kansspelbelasting, gelet op het tarief en de grondslag, niet leidt tot een excessieve last voor de belastingplichtige.

3.5. Recente ontwikkelingen in de rechtspraak

Op 19 juli jl. heeft het Gerechtshof Amsterdam in een andere zaak uitspraak gedaan over de verenigbaarheid van de heffing van kansspelbelasting bij speelautomaten met artikel 1 Eerste Protocol EVRM. In deze procedure oordeelde het Hof dat de Wet op de Kansspelbelasting voor de exploitant van speelautomaten wél in strijd is met het eigendomsrecht omdat de wetswijziging een zware last voor de exploitant met zich bracht en de wetgever dit ten onrechte niet in zijn overweging heeft meegenomen. In deze procedure oordeelde de rechter dat de heffing van kansspelbelasting in stand kan worden gelaten maar dat de belastingplichtigen recht (kunnen) hebben op een schadevergoeding. Hiervoor dient een aparte procedure te worden gestart.

Wij zullen deze jurisprudentie verwerken in het hoger beroep van de proefprocedure.

4. Vrijstelling ter voorkoming van dubbele belasting

4.1. Standpunt VMW Taxand

Meer subsidiair zijn wij van mening dat de prijzen dienen te worden vrijgesteld van de heffing van kansspelbelasting op grond van artikel 52 Besluit voorkoming dubbele belasting (hierna: "Bvdb").

 

 

4.2. Standpunt inspecteur

Ten aanzien van het beroep op de vrijstelling van de buitenlandse prijzen is de inspecteur voor internetkansspelen van mening dat onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat de vrijstelling van toepassing is. Voor live toernooien in het buitenland gaat de inspecteur alleen in op de Franse heffing over de rake, waar hij tegen aanvoert dat (1.) deze heffing niet voldoende aannemelijk is gemaakt en (2.) dat indien de heffing wel heeft plaatsgevonden, deze niet vergelijkbaar is met de Nederlandse heffing van kansspelbelasting. 

4.3. Oordeel Rechtbank Haarlem

De vrijstelling van artikel 52 Bvdb is van toepassing wanneer de prijs in het buitenland is onderworden aan een gelijksoortige belasting. In discussie is wanneer er sprake is van een gelijksoortige belasting. De Rechtbank oordeelt dat de vrijstelling van toepassing is indien en voorzover de prijs (het object van de belastingheffing) in beginsel in het andere land in de belastingheffing wordt betrokken. Het is niet vereist dat daadwerkelijk belasting over de prijs is betaald of dat de volledige prijs is belast door bijvoorbeeld de toepassing van een gedeeltelijke vrijstelling. Deze onderworpenheid moet worden aangetoond door middel van een aanslag of een ander document dat door de buitenlandse fiscus is afgegeven. Meer specifiek oordeelt de Rechtbank dat wanneer de buitenlandse aanbieder belasting is verschuldigd over de rake, dit geen gelijksoortige belasting is en dat de vrijstelling dan niet van toepassing is.

Op grond van dit oordeel kan dus een beroep worden gedaan op de vrijstelling wanneer in het buitenland (ook buiten de Europese Unie) de prijs in de belastingheffing wordt betrokken (vrijgesteld of niet). De bewijslast rust echter op de speler en de onderworpenheid moet met een officieel document worden aangetoond.

4.3. Oordeel Rechtbank Den Haag

Rechtbank Den Haag volstaat met het oordeel dat niet aannemelijk is gemaakt dat de prijzen zijn onderworpen aan een met de kansspelbelasting gelijksoortige belasting. Niet wordt genoemd wanneer er nu sprake is van een gelijksoortige belasting.

5. Verrekening met inkomstenbelasting

5.1. Standpunt VMW Taxand

Meer subsidiair zijn wij van mening dat, indien belanghebbende kansspelbelasting is verschuldigd, de kansspelbelasting op grond van artikel 9.2 eerste lid onder c Wet op de Inkomstenbelasting 2001 dient te worden verrekend met de inkomstenbelasting.

In artikel 9.2 eerste lid onder c Wet op de Inkomstenbelasting 2001 is bepaald dat de op prijzen van kansspelen geheven kansspelbelasting die betrekking heeft op bestanddelen van het verzamelinkomen als voorheffing met de inkomstenbelasting dient te worden verrekend. Het verzamelinkomen bestaat op grond van artikel 2.18 Wet Inkomstenbelasting 2001 uit het gezamenlijke bedrag van het inkomen uit werk en woning, het inkomen uit aanmerkelijk belang en het belastbare inkomen uit sparen en beleggen, verminderd met het daarin begrepen te conserveren inkomen.

Resultaten die worden behaald met deelname aan buitenlandse kansspelen, meer specifiek met deelname aan poker, vormen belastbaar inkomen uit sparen en beleggen als in artikel 5.1. Wet Inkomstenbelasting 2001 en maken derhalve deel uit van het verzamelinkomen. De is kansspelbelasting die is verschuldigd op grond van artikel 1 lid 1 sub d dan wel e van de Wet op de Kansspelbelasting dient dan ook als voorheffing te worden verrekend met de verschuldigde inkomstenbelasting.

5.2. Standpunt inspecteur

Omtrent het beroep op de verrekening van de verschuldigde kansspelbelasting met de inkomstenbelasting is de inspecteur van mening dat dit niet mogelijk is omdat de prijs niet deel uit maakte van het de belastinggrondslag in box III op 1 januari en 31 december van het jaar (de peildata).

5.3. Oordeel Rechtbank Haarlem

De Rechtbank oordeelt dat de kansspelbelasting alleen kan worden verrekend indien de opbrengsten uit poker in box I worden belast als winst uit onderneming of resultaat uit overige werkzaamheden De Rechtbank is namelijk van mening dat niet de opbrengsten uit poker in box III worden belast, maar slechts de verworven bezittingen waarvan wordt geacht dat er een fictief rendement van 4% mee wordt behaald. De Rechtbank verwerpt derhalve deze grond van beroep.

5.4. Oordeel Rechtbank Den Haag.

Dit punt is niet behandeld door Rechtbank Den Haag.

6. Boete

6.1. Standpunt VMW Taxand

Tot slot zijn wij van mening dat de verzuimboete op grond van artikel 67b en artikel 67c AWR ten onrechte is opgelegd omdat belanghebbende geen kansspelbelasting is verschuldigd, dan wel omdat belanghebbende op een pleitbaar standpunt heeft gebaseerd dat geen kansspelbelasting verschuldigd was.

6.2. Standpunt inspecteur

De inspecteur geeft aan van mening te zijn dat de boetes terecht zijn opgelegd omdat een pleitbaar standpunt ontbreekt. Naar zijn mening is de wet en de stand van de jurisprudentie met betrekking tot de onderhavige tijdvakken voldoende duidelijk.

 

6.3. Oordeel Rechtbank Haarlem

De Rechtbank Haarlem heeft de opgelegde boete ambtshalve (uit zichzelf)getoetst aan de wet en is van mening dat de boete op basis van het verkeerde wetsartikel is opgelegd. De boete wordt derhalve vernietigd. De rechter geeft geen oordeel over de vraag of er sprake is van een pleitbaar standpunt. Echter, door opnieuw te oordelen dat de heffing van KSB in strijd is met Europees recht en door aan te geven dat op basis van de uitspraak van de Staatssecretaris ook een andere conclusie kan worden getrokken, heeft de rechter naar onze mening voldoende duidelijk gemaakt dat het een pleitbaar standpunt is dat geen kansspelbelasting verschuldigd is.

6.4. Oordeel Rechtbank Den Haag

Rechtbank Den Haag maakt, wegens voor ons onduidelijke redenen, onderscheid tussen de boeten die zijn opgelegd bij de naheffingsaanslagen volgend op een zogenaamde nul-aangifte en een boekenonderzoek door de Belastingdienst waardoor resultaten aan het licht kwamen die niet eerder waren opgegeven.

Wat betreft de boete volgend op het boekenonderzoek oordeelt de Rechtbank dat het standpunt van de belastingplichtige dat geen kansspelbelasting is verschuldigd pleitbaar is en dat daarom geen boete kan worden opgelegd. Deze boete wordt dan ook vernietigd. Omtrent de boete die is opgelegd bij de naheffingsaanslag volgend op de nul-aangifte oordeelt de Rechtbank dat deze boete is opgelegd omdat het bedrag dat op de aangifte had moeten worden voldoen niet is betaald en daar kan niet tegen in worden gebracht dat op een op een pleitbaar standpunt is gebaseerd dat geen kansspelbelasting was verschuldigd. Deze boete wordt in stand gelaten. •

29 mei 2012: uitspraak door de Rechtbank Haarlem 

Beste deelnemers aan de proefprocedure, 

De Rechtbank Haarlem heeft uitspraak gedaan in één van de twee procedures binnen de Fiscale Pokerprocedure. Deze uitspraak is lang verwacht en is zeer gunstig. Helaas zijn we door de Rechtbank niet op alle aangevoerde punten in het gelijk gesteld en zullen we hoger beroep moeten aantekenen. Niettemin is de uitspraak zeer gunstig omdat de Rechtbank heeft bevestigd dat zowel bij deelname aan live toernooien als online poker bij aanbieders binnen de Europese Unie geen kansspelbelasting is verschuldigd. Tevens heeft de Rechtbank bevestigd dat geen boete kan worden opgelegd. 

Hieronder geven wij een samenvatting van het oordeel van de Rechtbank. 

Wij zullen op korte termijn in overleg met de belanghebbende in deze procedure en het bestuur van de Stichting Fiscale Pokerprocedure de te voeren strategie bepalen. We zullen jullie uiteraard op de hoogte houden van alle ontwikkelingen. 

Mochten jullie in de tussentijd vragen hebben over de gevolgen en de verdere verloop van de procedure, dan horen we dit uiteraard graag. 

De tweede uitspraak in de proefprocedure van de Rechtbank Den Haag moet nog plaatsvinden. De Rechtbank heeft dit echter uitgesteld voor een periode van max. 6 weken. Ook deze uitspraak zullen we door middel van een update met jullie delen. 

Met vriendelijk groet, 

VMW Taxand N.V. 

Executive summary: 

• De Rechtbank wijst ons beroep op het vrije verkeer van dienstverlening binnen de Europese Unie toe. Dit betekent dat er geen kansspelbelasting geheven kan worden over prijzen uit live toernooien én winsten uit online poker georganiseerd door aanbieders binnen de Europese Unie.

• De Rechtbank wijst ons beroep op de vrijheid van kapitaalverkeer af. Dit betekent dat over prijzen uit live toernooien en online poker georganiseerd door aanbieders buiten de Europese Unie nog wel kansspelbelasting kan worden geheven. 

• De Rechtbank oordeelt dat de heffing van kansspelbelasting (en met name het ontbreken van verliesverrekening over de maanden heen) niet in strijd is met het eigendomsrecht van artikel 1 Eerste Protocol EVRM omdat er volgens de rechter geen sprake is van een buitensporige last. 

• Gelet op het bovenstaande is een beroep op de vrijstelling ter voorkoming van dubbele belasting alleen nog relevant voor prijzen (winsten) behaald buiten de Europese Unie. Er kan volgens de Rechtbank een beroep worden gedaan op de vrijstelling wanneer in het buitenland de prijs in de belastingheffing wordt betrokken. De bewijslast rust echter op de speler en de onderworpenheid moet met een officieel document van de buitenlandse fiscus worden aangetoond.

• De Rechtbank oordeelt dat de kansspelbelasting alleen kan worden verrekend indien de opbrengsten uit poker in box I worden belast als winst uit onderneming of resultaat uit overige werkzaamheden.

• De Rechtbank is van mening dat de boete op basis van het verkeerde wetsartikel is opgelegd. De boete wordt derhalve vernietigd. De rechter geeft geen oordeel over de vraag of er sprake is van een pleitbaar standpunt. Echter, de Rechtbank merkt wel letterlijk op dat moet worden toegegeven dat uit de uitspraak van de staatssecretaris over wanneer er sprake is van een binnenlands of buitenlands kansspel, ook de conclusie kan worden getrokken die wij voorstaan. Hiermee zegt de rechter naar onze mening in feite dat dit een pleitbaar standpunt is. Dit pleitbare standpunt wordt tevens bevestigd doordat de Rechtbank opnieuw oordeelt dat de heffing van KSB in strijd is met Europees recht.

 

2 februari 2012

Beste deelnemers aan de proefprocedure,

Graag informeren we jullie omtrent de recente ontwikkelingen in de proefprocedure. Onlangs ontvingen wij de verweerschriften van de Belastingdienst in beide procedures. Eén verweerschrift kunnen wij reeds openbaar maken, deze is per email aan jullie toegezonden. Hieronder geven we een uiteenzetting van de gronden van beroep en het verweer van de Belastingdienst.

In overleg met de betreffende deelnemer en het bestuur van de stichting hebben we besloten om geen extra schriftelijke ronde te houden en dat we de rechtbank gaan verzoeken een zitting te plannen. Een extra schriftelijke ronde zal namelijk opnieuw veel tijd is beslag nemen en door een uitgebreide pleitnotitie in te dienen hebben we nog ruimschoots de mogelijkheid om inhoudelijk op het verweerschrift te reageren.

We houden jullie op de hoogte wat betreft de ontwikkelingen. Indien er vragen en/of opmerkingen zijn kunnen jullie uiteraard contact opnemen met het bestuur van de stichting of met ons.

Met vriendelijke groet,

VMW Taxand

 

Uiteenzetting gronden van beroep en verweer

1. Binnenlands kansspel 

1.1. Standpunt VMW Taxand

Primair zijn wij van mening dat de belanghebbende niet belastingplichtig is voor de kansspelbelasting omdat in de onderhavige situatie sprake is van een binnenlands kansspel op internet zoals genoemd in artikel 2 lid 2 Wet op de Kansspelbelasting.

De Staatssecretaris van Financiën heeft in de parlementaire behandeling van de Wet op de Kansspelbelasting en de Wet op de Kansspelen uitleg gegeven aan de fiscale term binnenlands kansspel. Deze toelichting is gegeven in de Eerste Kamer, Kamerstukken I, 2007-2008, 30 583, E. In zijn woorden: "In de derde vraag wordt gevraagd of de regering kan aangeven of in de wet expliciet kansspelen worden genoemd die illegaal zijn. Dat is niet mogelijk, want in de wettekst is een neutrale formulering opgenomen waarmee zowel gedoeld is op niet-toegestane als op toegestane internetkansspelen. Kansspelen waaraan (via internet) vanuit Nederland kan worden deelgenomen, worden als binnenlandse kansspelen aangemerkt. Het gaat hier om verboden kansspelen, nu de Wet op de kansspelen niet voorziet in vergunningsmogelijkheden voor internetkansspelen".

Belanghebbende heeft vanuit Nederland deelgenomen aan kansspelen op internet (poker). Deze kansspelen werden aangeboden door een aanbieder die niet in het bezit was van een vergunning. Gelet op de bovenstaande interpretatie van de Staatssecretaris, is in deze situatie sprake van deelname aan een binnenlandse kansspel dat via internet wordt gespeeld. De in Nederland woonachtige gerechtigde tot de prijzen uit deelname aan binnenlandse kansspelen op internet, is niet belastingplichtig voor de kansspelbelasting. De naheffingsaanslagen kansspelbelasting ten name van belanghebbende kunnen dan ook niet in stand blijven. 

1.2. Standpunt inspecteur

De inspecteur is van mening dat de benoeming van internetkansspelen waar vanuit Nederland aan kan worden deelgenomen als binnenlandse internetkansspelen door de staatssecretaris een vergissing is die niet leidt tot een andere uitleg van de Wet op de Kansspelbelasting.

2. EU-recht

2.1. Standpunt VMW Taxand

Subsidiair zijn wij van mening dat de heffing van kansspelbelasting in strijd is met het Gemeenschapsrecht, waarbij met name het recht op vrij verkeer van diensten (artikel 56 van het Verdrag) en het recht op vrij verkeer van kapitaal (artikel 63 van het Verdrag) worden geschonden.

Op grond van de Wet op de Kansspelbelasting wordt deelname aan een buitenlandse kansspel op internet of tijdens een live toernooi op twee wijzen verschillend behandeld dan deelname aan een binnenlands kansspel op internet.

Ten eerste wordt een deelnemer aan een buitenlands kansspel op internet geconfronteerd met de belastingplicht voor de kansspelbelasting, terwijl dit niet geldt voor de deelnemer aan binnenlandse kansspelen op internet. Ten tweede heeft de wijze van heffing tot gevolg dat de effectieve druk van de kansspelbelasting vele malen hoger is bij buitenlandse kansspelen dan bij binnenlandse kansspelen.

Het feit dat de effectieve belastingdruk van de kansspelbelasting ten aanzien van buitenlandse kansspelen vele malen hoger is dan ten aanzien van binnenlandse kansspelen, versterkt de nadelige behandeling van de buitenlandse situaties. Gelet op het bovenstaande is derhalve sprake van discriminatie van de buitenlandse situaties ten opzichte van de binnenlandse situaties. Belanghebbende is van mening dat deze discriminatie van de deelname aan buitenlandse kansspelen zowel in strijd is met het vrije verkeer van diensten als het vrije verkeer van kapitaal.

2.2. Standpunt inspecteur

In het verweerschrift neemt de inspecteur het “onorthodoxe” standpunt in dat juridisch gezien, óók bij deelname aan een pokertoernooi (Texas Hold’em) in Nederland bij Holland Casino of een illegale aanbieder, de speler belastingplichtig is voor de kansspelbelasting en dat de aanbieder de kansspelbelasting moet inhouden voordat de prijs wordt uitgekeerd. Conform dit standpunt van de inspecteur zal er ten aanzien van live toernooien de deelname aan buitenlandse toernooien niet worden belemmerd en is er geen strijdigheid met het Europese recht, met name het vrije verkeer van diensten. Ten aanzien van het vrije verkeer van kapitaal is de inspecteur van mening dat dit niet aan de orde is omdat niet is gebleken dat de gokwinsten niet onbelemmerd naar Nederland kunnen worden gehaald.

3. Artikel 1 Eerste Protocol EVRM

3.1. Standpunt VMW Taxand

Meer subsidiair zijn wij van mening dat de heffing van kansspelbelasting over het resultaat per maand bij deelname aan buitenlandse kansspelen op internet, zonder dat de verliezen tussen de maanden onderling kunnen worden verrekend, in strijd is met artikel 1 Eerste Protocol EVRM. Voorts zijn wij van mening dat de heffing van kansspelbelasting naar de gewonnen prijzen bij deelname aan buitenlandse casinospelen, zonder dat de inleg kan worden verrekend, tevens in strijd is met artikel 1 Eerste Protocol EVRM. Het niet kunnen verrekenen van het verlies en de inleg leidt tot een dermate hoge belastindruk dat er sprake is van een buitensporige last. Dit is in strijd met artikel 1 van het Eerste Protocol van het EVRM.

3.2. Standpunt inspecteur

De inspecteur is van mening dat er geen buitensporige last optreedt die in strijd is met het EVRM omdat 1. er gelet op de uitvoerbaarheid van de Wet op de Kansspelbelasting voor is gekozen om per tijdvak te heffen. Binnen dit tijdvak kan wel worden verrekend, hetgeen op zich al een tegemoetkoming is en 2. omdat de speler een keuzevrijheid heeft om te bepalen of al dan niet wordt gespeeld en wordt ingezet. Door die keuzevrijheid is er geen sprake van een individuele en buitensporige last.

4. Vrijstelling ter voorkoming van dubbele belasting

4.1. Standpunt VMW Taxand

Meer subsidiair zijn wij van mening dat de prijzen dienen te worden vrijgesteld van de heffing van kansspelbelasting op grond van artikel 52 Besluit voorkoming dubbele belasting (hierna: "Bvdb).

4.2. Standpunt inspecteur

Ten aanzien van het beroep op de vrijstelling van de buitenlandse prijzen is de inspecteur voor internetkansspelen van mening dat onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat de vrijstelling van toepassing is. Voor live toernooien in het buitenland gaat de inspecteur alleen in op de Franse heffing over de rake, waar hij tegen aanvoert dat I. deze heffing niet voldoende aannemelijk is gemaakt en II. dat indien de heffing wel heeft plaatsgevonden, deze niet vergelijkbaar is met de Nederlandse heffing van kansspelbelasting. 

5. Verrekening met inkomstenbelasting

5.1. Standpunt VMW Taxand

Meer subsidiair zijn wij van mening dat, indien belanghebbende kansspelbelasting is verschuldigd, de kansspelbelasting op grond van artikel 9.2 eerste lid onder c Wet op de Inkomstenbelasting 2001 dient te worden verrekend met de inkomstenbelasting.

In artikel 9.2 eerste lid onder c Wet op de Inkomstenbelasting 2001 is bepaald dat de op prijzen van kansspelen geheven kansspelbelasting die betrekking heeft op bestanddelen van het verzamelinkomen als voorheffing met de inkomstenbelasting dient te worden verrekend. Het verzamelinkomen bestaat op grond van artikel 2.18 Wet Inkomstenbelasting 2001 uit het gezamenlijke bedrag van het inkomen uit werk en woning, het inkomen uit aanmerkelijk belang en het belastbare inkomen uit sparen en beleggen, verminderd met het daarin begrepen te conserveren inkomen.

Resultaten die worden behaald met deelname aan buitenlandse kansspelen, meer specifiek met deelname aan poker, vormen belastbaar inkomen uit sparen en beleggen als in artikel 5.1. Wet Inkomstenbelasting 2001 en maken derhalve deel uit van het verzamelinkomen. De is kansspelbelasting die is verschuldigd op grond van artikel 1 lid 1 sub d dan wel e van de Wet op de Kansspelbelasting dient dan ook als voorheffing te worden verrekend met de verschuldigde inkomstenbelasting.

5.2. Standpunt inspecteur

Omtrent het beroep op de verrekening van de verschuldigde kansspelbelasting met de inkomstenbelasting is de inspecteur van mening dat dit niet mogelijk is omdat de prijs niet deel uit maakte van het de belastinggrondslag in box III op 1 januari en 31 december van het jaar (de peildata).

6. Boete

6.1. Standpunt VMW Taxand

Tot slot zijn wij van mening dat de verzuimboete op grond van artikel 67b en artikel 67c AWR ten onrechte is opgelegd omdat belanghebbende geen kansspelbelasting is verschuldigd, dan wel omdat belanghebbende op een pleitbaar standpunt heeft gebaseerd dat geen kansspelbelasting verschuldigd was.

6.2. Standpunt inspecteur

De inspecteur geeft aan van mening te zijn dat de boetes terecht zijn opgelegd omdat een pleitbaar standpunt ontbreekt. Naar zijn mening is de wet en de stand van de jurisprudentie met betrekking tot de onderhavige tijdvakken voldoende duidelijk.

***

5 december 2011

Beste deelnemers aan de proefprocedure,

Afgelopen vrijdag is er een baanbrekende uitspraak van de rechtbank Haarlem inzake de kansspelbelasting gepubliceerd (Rechtbank Haarlem, 24 november 2011, LJN: BU6574). Hoewel de fiscale rechter na de uitspraak van rechtbank Leeuwarden van oktober 2010 wederom bepaalde dat poker (Texas Hold’em variant) een kansspel was, is de uitspraak uitermate gunstig voor de lopende fiscale pokerprocedures. Het betrof een situatie waarin een Nederlandse pokerspeler had deelgenomen aan een live pokertoernooi in een ander land van de Europese Unie. In deze procedure is ook het argument van strijdigheid met het EU-recht naar voren gebracht, omdat de belastingdruk van winsten behaald bij buitenlandse toernooien zo verschillend behandeld worden ten opzichte van winsten behaald in Nederland. De rechtbank heeft dit beroep gegrond verklaard. De rechtbank is van mening dat de Wet op de Kansspelbelasting op dit punt in strijd is met het Europees recht en heeft de naheffingsaanslagen kansspelbelasting vernietigd!

Voor de Nederlandse (live) pokeraars is dit een ontzettend gunstige uitspraak. De rechtbank heeft nu immers bevestigd dat het verschil in belastingdruk tussen een binnenlands en een toernooi in een andere lidstaat niet gerechtvaardigd is en acht de Wet op de Kansspelbelasting op dit punt niet geldig. Aan deze uitspraak kan tevens worden ontleend dan men zich op een pleitbaar standpunt heeft gesteld dat geen kansspelbelasting was verschuldigd en dat de Belastingdienst derhalve geen boetes kan opleggen.

Deze uitspraak ziet op dit moment alleen op live toernooien gehouden in de EU (en dus niet daarbuiten). We achten evenwel de kans groot dat de door de rechter gehanteerde argumentatie ook zal gelden voor de lopende fiscale pokerprocedures die primair zien op online poker

Invloed voor de proefprocedure

Deze uitspraak is van groot belang voor de proefprocedure en beantwoordt reeds één vraag die speelt, namelijk of de wetgeving zoals deze gold na 1 november 2008 nietig is ten opzichte van deelname aan een live pokertoernooi in het buitenland.

De overige vragen zijn echter nog onbeantwoord:

  1. is de wetgeving zoals deze gold vóór 1 november 2008 tevens in strijd met het Europees recht?
  2. is de wetgeving van na 1 november 2008 tevens nietig ten opzichte van de deelname aan (online) poker waarbij de aanbieder buiten de EU is gevestigd?
  3. indien de wetgeving niet nietig is, wanneer geldt dan de vrijstelling voor buitenlandse prijzen, en
  4. kan de kansspelbelasting worden verrekend met de inkomstenbelasting?

De uitspraak van de Rechtbank Haarlem is zeer nadelig voor de Belastingdienst en wij verwachten dan ook dat tegen de uitspraak hoger beroep zal worden aangetekend en dat de zaak voor het Gerechtshof zal worden gebracht (van daar kan men nog naar de Hoge Raad en het Europese Hof). We kunnen er derhalve nog niet vanuit gaan dat deze uitspraak definitief is. Deze uitspraak is echter een enorme steun in de rug van de pokeraars en bevestigd ons vertrouwen in de Fiscale pokerprocedure.

Voortgang proefprocedure

Hierbij berichten wij jullie tevens graag omtrent de verdere voortgang van de proefprocedure in de afgelopen maanden.

In de procedures hebben wij in augustus respectievelijk september de beroepschriften ingediend. Voorts kreeg de Belastingdienst de mogelijkheid om een verweerschrift in te dienen. Een verweerschrift dient binnen 6 weken te worden ingediend. Er kan echter tweemaal voor max. 4 weken uitstel worden verleend. Deze termijn begint te lopen vanaf het moment dat de rechtbank het verweerschrift opvraagt bij de wederpartij. Helaas is in dit proces enige vertraging opgetreden waardoor de termijnen laat van start zijn gegaan.

Op dit moment wachten wij op het verweerschrift van de Belastingdienst. In één procedure is op 28 november jl. voor de eerste maal uitstel verleend en wij verwachten derhalve uiterlijk binnen 8 weken dit verweerschrift te ontvangen. In de andere procedure is ongeveer 2 weken geleden het verweerschrift pas opgevraagd waardoor de Belastingdienst vanaf dat moment nog 12 weken had om het verweerschrift in te dienen. Onze verwachting is echter dat beide verweerschriften nagenoeg gelijkluidend zullen zijn en wij zullen dan ook contact opnemen met de Belastingdienst om te verzoeken of de procedure iets versneld kan worden en of een verzoek om uitstel in ieder geval achterwege kan blijven.

Nadat wij het verweerschrift hebben ontvangen bestaat nog de mogelijkheid om eenmaal schriftelijk te corresponderen (met een conclusie van repliek en dupliek). Voor deze stukken gelden dezelfde termijnen als voor het beroepschrift en het verweerschrift. Om de vertraging te beperken zullen wij niet het initiatief nemen voor deze ronde en ernaar streven dat op korte termijn een zitting wordt gepland (mocht een schriftelijke reactie op het verweerschrift van de Belastingdienst noodzakelijk zijn, dan zullen we dit uiteraard wel indienen).

Eerder hebben wij de verwachting uitgesproken dat de zitting in de tweede helft van dit jaar zal plaatsvinden. Dit zal niet meer haalbaar zijn. Wij hopen dat de zitting in het eerste kwartaal van 2012 zal plaatsvinden en zullen ons ervoor inzetten om dit te bereiken.

Mocht je vragen en/of opmerkingen hebben naar aanleiding van het bovenstaande, dan kun je uiteraard contact opnemen met ons of het bestuur van de stichting.

Met vriendelijke groet,

VMW Taxand

***

27 juli 2011

Beste deelnemers,

Eerder hebben wij jullie bericht dat door de Belastingdienst uitspraak is gedaan op het bezwaar in het kader van de proefprocedure. Wij werken daarom op dit moment aan het beroepschrift. Omdat de inhoud van de precieze argumenten wellicht wat weggezakt is, beschrijven wij in deze update welke punten we in het beroepschrift naar voren zullen brengen, welke uitkomst toepassing van deze standpunten zal hebben en op welke overweging ervoor is gekozen om bepaalde standpunten niet in te nemen.

1. De deelnemer is niet belastingplichtig voor de kansspelbelasting De Staatssecretaris van Financiën heeft in de parlementaire behandeling van de Wet op de Kansspelen gezegd dat kansspelen op internet, waar vanuit Nederland aan deel kan worden genomen, binnenlandse kansspelen zijn. De termen binnenlandse of buitenlandse kansspelen zijn specifieke termen die gelden voor de Wet op de Kansspelbelasting en niet voor de Wet op de Kansspelen. Wij achten deze uitleg door de Staatssecretaris daarom leidend voor de interpretatie van de Wet op de Kansspelbelasting. Hierbij geldt dat voor binnenlandse kansspelen die op internet worden gespeeld, de aanbieder en niet de deelnemer belastingplichtig is voor de kansspelbelasting. Indien dit standpunt door de rechter wordt gehonoreerd, verschuift de belastingplicht voor de kansspelbelasting daarom van de deelnemer naar de aanbieder van kansspelen op internet.

2. De Wet op de Kansspelbelasting is in strijd met het Europees recht Op basis van het Europees recht geldt de vrijheid van kapitaalverkeer en de vrijheid van diensten. Dit zijn de rechten om zonder belemmeringen aan het kapitaalverkeer deel te nemen (door bijvoorbeeld grensoverschrijdend te beleggen of gebruik te maken van internationaal betaalverkeer) en om zonder belemmeringen grensoverschrijdend diensten aan te bieden of gebruik te maken van diensten. Voor beide vrijheden geldt dat een grensoverschrijdende situatie, die vergelijkbaar is met een geheel nationale situatie, niet nadeliger mag worden behandeld dan een nationale situatie. Anders zal sprake zijn van ontoelaatbare discriminatie. Slechts indien er een proportionele rechtvaardiging is voor de discriminatie, zal de belemmerende wetgeving mogen worden toegepast. Wij zijn van mening dat de huidige Wet op de Kansspelbelasting ontoelaatbaar discrimineert tussen kansspelen die in het buitenland plaatsvinden en kansspelen die in Nederland plaatsvinden. De discriminatie wordt veroorzaakt door de veel hogere effectieve belastingdruk die rust op voordelen uit buitenlandse kansspelen op internet of buitenlandse live toernooien (o.a. doordat de inleg bij live toernooien en de verliezen niet kunnen worden verrekend). Voor deze discriminatie achten wij geen proportionele rechtvaardiging aanwezig. Indien de rechter ons beroep toewijst op grond van dit argument, zal de Wet op de Kansspelbelasting buiten toepassing blijven. Het is de rechter niet toegestaan om een uitspraak te doen over de vraag hoe de heffing dan zal moeten plaatsvinden.

3. De Wet op de Kansspelbelasting is in strijd met het eigendomsrecht In artikel 1 Eerste Protocol EVRM (Europees Verdrag ter bescherming van de Rechten van de Mens) is bepaald dat ieder persoon recht heeft op een ongestoord recht van eigendom. Dit eigendomsrecht mag slechts worden beperkt in het kader van het algemeen belang. Verplichte belastingafdracht is in principe een schending van het eigendomsrecht, maar dit is toegestaan zolang de heffing geschiedt in het algemeen belang en de wetgever een redelijke proportionaliteit heeft bewaard tussen de maatregel (de heffing) en het na te streven doel. Er moet sprake zijn van een fair balance zonder dat er een disproportionele last rust op de belastingplichtige. Wij zijn van mening dat bij de uitwerking van de Wet op de Kansspelbelasting de fair balance is overschreden. Dit komt met name doordat wegens het gebrek aan verliesverrekening en het feit dat bij live toernooien in het buitenland de inleg niet kan worden verrekend, de effectieve belastingdruk dermate hoog is, dat er sprake is van een disproportionele last voor de belastingschuldige. Ook in deze situatie zal de rechter geen andere wijze van heffing mogen voorstellen. Indien het beroep gegrond wordt geacht, zal de Wet op de Kansspelbelasting buiten toepassing blijven in de situaties dat er sprake is van een disproportionele last.

4. De prijzen dienen te worden vrijgesteld van kansspelbelasting omdat in het buitenland reeds belasting is afgedragen In artikel 52 Besluit voorkoming dubbele belasting is bepaald dat prijzen gewonnen bij buitenlandse kansspelen worden vrijgesteld van heffing indien deze in het buitenland zijn onderworpen aan een soortgelijke belasting als de Nederlandse kansspelbelasting. In het buitenland komt de heffing van een specifieke kansspelbelasting van een deelnemer in het buitenland niet vaak voor maar wordt doorgaans wel een belasting geheven van de aanbieder van het kansspel die overeenkomt met de kansspelbelasting die een aanbieder in Nederland is verschuldigd. Wij zijn van mening dat in deze situaties de vrijstelling ook van toepassing is. Indien de rechter het beroep op dit punt gegrond acht zal in de toekomst, indien kan worden aangetoond dat in het buitenland een dergelijke belasting is geheven, de prijzen worden vrijgesteld van de heffing van kansspelbelasting.

5. De kansspelbelasting kan worden verrekend met de inkomstenbelasting Een pokeraccount dient te worden opgegeven als bezitting in box III van de inkomstenbelasting (het is onderdeel van het inkomen uit sparen en vermogen). In de Wet Inkomstenbelasting 2001 staat dat, indien kansspelbelasting is betaald over prijzen die onderdeel uitmaken van het verzamelinkomen (totaal van inkomen uit box I, II en III), de kansspelbelasting kan worden verrekend. Wij zijn van mening dat, doordat de over de waarde van de pokeraccounts kansspelbelasting is geheven, de kansspelbelasting dient te worden verrekend met inkomstenbelasting nu de pokeraccounts worden opgenomen in box III.

6. Er kan geen verzuimboete worden opgelegd voor het niet tijdig doen van aangifte of het niet tijdig betalen van de kansspelbelasting Indien een belastingplichtige op grond van een bepleitbaar standpunt heeft geoordeeld dat hij geen belasting was verschuldigd, dan kan de Belastingdienst geen verzuimboete opleggen omdat niet tijdig aangifte is gedaan of de belasting niet tijdig is betaald. Wij zijn van mening dat gelet op de onrechtmatigheid van de Wet op de Kansspelbelasting, een pokeraar redelijkerwijs kon menen dat hij geen kansspelbelasting was verschuldigd, waardoor hij een bepleitbaar standpunt heeft en geen verzuimboete kan worden opgelegd.

Tot slot In overleg met het bestuur van de Fiscale Pokerprocedure is ervoor gekozen om het standpunt dat poker geen kansspel is maar een behendigheidsspel, niet naar voren te brengen in dit beroepschrift. Wij hebben hierbij in overweging genomen dat binnen de groep van deelnemers de belangen bij dit standpunt verdeeld zijn (voor de een is het voordelig, voor de ander niet) en dat, indien wij dit standpunt naar voren brengen, de mogelijkheid bestaat dat de rechter poker een behendigheidsspel acht en zich in de proefprocedure niet meer uitlaat over de overige punten, waardoor we over deze punten nog geen duidelijkheid verkrijgen. Indien er in de toekomst wellicht hogere rechtspraak komt waarin wordt geoordeeld dat poker wel een kansspel is (in de afgelopen periode hebben wij geleerd dat het standpunt van de rechtelijke macht niet eenduidig is), zullen de bovenstaande knelpunten alsnog van toepassing zijn zonder verduidelijking door de rechter.

Hierbij is wel van belang dat de vraag of poker een kansspel is momenteel in meerdere procedures in hoger beroep naar voren wordt gebracht. De kans bestaat derhalve dat gedurende het beroep binnen proefprocedure, een Gerechtshof hier uitspraak over doet. Wij kunnen dan eventueel in een later stadium alsnog een standpunt innemen over de vraag of poker een kansspel is of niet.

Indien wordt geoordeeld dat poker een behendigheidsspel is, dan zal de Wet op de Kansspelbelasting niet meer van toepassing zijn en komen de resultaten wellicht onder de reikwijdte van de inkomstenbelasting. De Belastingdienst stelt zich echter zodanig stellig op het standpunt dat resultaten uit deelname aan poker (op internet of live), zonder dat een deelnemer bijvoorbeeld vaste inkomsten uit sponsoring verkrijgt, geen winst uit onderneming of resultaat uit overige werkzaamheden vormen, dat wij niet verwachten dat de Belastingdienst met terugwerkende kracht de inkomsten in de inkomstenbelasting zullen betrekken. Voor een groot aantal pokeraars is de heffing van inkomstenbelasting over reeds behaalde of toekomstige resultaten zelfs schriftelijk uitgesloten. Doordat deze groep personen aanzienlijk is, zou het ons inziens in strijd zijn met het gelijkheidsbeginsel om wel inkomstenbelasting te heffen bij de personen voor wie dit niet schriftelijk is toegezegd.

Mocht je vragen en/of opmerkingen hebben naar aanleiding van het bovenstaande, dan kun je uiteraard contact opnemen met ons of het bestuur van de stichting.

Met vriendelijke groet, VMW Taxand  

 

8 juni 2011 

Beste deelnemers aan de proefprocedure,

Graag houden wij jullie op de hoogte omtrent de ontwikkelingen in de voortgang van de proefprocedure. In de update van januari jl. hebben wij aangegeven dat het feitenonderzoek bij de deelnemers van de proefprocedure die als voorbeeld fungeren was aangevangen. In de afgelopen maanden heeft bij deze deelnemers thuis een onderzoek plaatsgevonden naar de hoogte van de belastbare resultaten die zijn opgegeven. Helaas is dit proces iets vertraagd omdat ten aanzien van één deelnemer geen overeenstemming werd bereikt over de hoogte van het resultaat. Om de voorkomen dat de proefprocedure werd beïnvloed door een feitelijke discussie omtrent de resultaten, hebben wij besloten een nieuwe deelnemer voor te dragen. Dit onderzoek is recentelijk afgerond en de Belastingdienst heeft ons bericht op korte termijn uitspraak op bezwaar te zullen doen.

De volgende stap in de proefprocedure is dan het indienen van het beroepschrift tegen de uitspraak op bezwaar van de Belastingdienst bij de Rechtbank. Beide partijen hebben daarna de mogelijkheid om middels aanvullende stukken op elkaars standpunten te reageren. Vervolgens zal een zitting worden gepland bij de Rechtbank. Onze verwachting is dat deze zitting in de tweede helft van dit jaar zal plaatsvinden. Tot slot zal de Rechtbank uitspraak doen op het beroep. Hiermee zal een cruciaal punt in de proefprocedure zijn bereikt en zal duidelijk zijn of er winst is behaald of dat we genoodzaakt zijn verder te procederen wegens een hoger beroep van onze kant of van de kant van de Belastingdienst.

Zodra er nieuwe ontwikkelingen zijn in de Fiscale Pokerprocedure dan houden wij jullie middels een update op de hoogte. Mocht je voor die tijd vragen en/of opmerkingen hebben, dan kun je uiteraard contact opnemen met de Stichting Fiscale Pokerprocedure of VMW Taxand. 

Met vriendelijke groet,

VMW Taxand

***

25 januari 2011

Beste deelnemers aan de proefprocedure,
 
 
In deze update willen wij jullie graag informeren omtrent de stand van zaken binnen de proefprocedure, alsmede inhoudelijk ingaan op de recente rechtspraak omtrent poker als kansspel.
 
Proefprocedure
Op dit moment zijn wij met de proefprocedure aangekomen in het stadium dat er een feitenonderzoek plaatsvindt bij de twee deelnemers die zijn uitgekozen om mee verder te procederen. De intentie is om de feiten en het precieze resultaat vast te stellen voordat de Belastingdienst uitspraak op bezwaar doet. Hierdoor zal de procedure slechts zien op de juridische kanten van de zaak. Nadat het feitenonderzoek is afgerond zal de Belastingdienst uitspraak op bezwaar doen. Hierna kunnen wij het beroepsschrift indienen.
 
Rechtspraak
In juli 2010 heeft de Rechtbank in Den Haag, in tegenstelling tot een oudere uitspraak van de Hoge Raad, beslist dat poker geen kansspel is. In oktober 2010 heeft de Rechtbank in Leeuwarden echter besloten dat poker toch als kansspel gekwalificeerd kan worden. De Rechtbank in Leeuwarden heeft echter een belangrijk punt genoemd omtrent het opleggen van boetes wegens het niet doen van aangifte. De Rechtbank in Leeuwarden noemt dat, naar aanleiding van de uitspraak van Rechtbank in Den Haag, geoordeeld kan worden dat er sprake is van een bepleitbaar standpunt indien men stelt dat poker geen kansspel is en er daarom geen aangifte kansspelbelasting hoefde te worden gedaan. Dit standpunt heeft gevolgen voor het opleggen van boetes. Wij zijn van mening dat indien een belastingplichtige op basis van dit bepleitbare standpunt geen aangifte heeft gedaan, de Belastingdienst geen verzuim- of vergrijpboetes mag opleggen. Hierbij willen we wel graag de nuance aanbrengen dat nog wel een verzuimboete kan worden opgelegd indien in het aangifteformulier het standpunt wordt ingenomen dat er wel kansspelbelasting verschuldigd is en vervolgens die belasting niet (bijtijds) betaald wordt.
 
In de beroepsprocedure zullen we deze uitspraak van Rechtbank Leeuwarden dan ook als argument aanvoeren tegen de opgelegde verzuimboetes.
 
Standpunt Belastingdienst
De Belastingdienst deelt onze mening niet, dat het standpunt dat er geen aangifteverplichting bestaat bepleitbaar is en dat derhalve geen verzuim- of vergrijpboete kan worden opgelegd. De Belastingdienst heeft zijn standpunt omtrent de recente rechtspraak duidelijk kenbaar gemaakt. Onlangs hebben de bij de Belastingdienst bekende pokeraars een brief ontvangen waarin de Belastingdienst aangeeft dat hij de uitspraak van de Hoge Raad, waarin is geoordeeld dat poker een kansspel is, bepalend acht en dat de uitspraak van Rechtbank in Den Haag geen grond levert om niet aan de aangifteverplichting te voldoen. In overleg met de Belastingdienst hebben wij deze brief op de site mogen plaatsen. Klik hier voor de officiële brief van de Belastingdienst.
 
Met vriendelijke groet,
 
VMW Taxand

 

*****

Update VMW Taxand:

 25 oktober 2010
 

 

Verrassende uitspraak van de rechtbank Leeuwarden inzake poker

Op 2 juli 2010 besliste de rechtbank in Den Haag dat poker (de Texas Hold'em variant) voor de wet op de kansspelen niet beschouwd kon worden als een kansspel, maar als een behendigheidsspel. Vorige week (14 oktober 2010) heeft de rechtbank Leeuwarden in een nog niet gepubliceerde uitspraak gemeld dat deze variant van poker wel als een kansspel beschouwd moet worden. De rechtbank Leeuwarden zaak betrof een fiscale kwestie, terwijl de rechtbank Den Haag uitspraak een strafzaak betrof.

Tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag is door het OM beroep aangetekend. Nog niet bekend is of ook tegen uitspraak van de rechtbank Leeuwarden beroep aangetekend zal worden. De beroepstermijn loopt af op 26 november 2010.

Een lichtpuntje voor de pokerspelers is dat rechtbank Leeuwarden oordeelde, dat het standpunt van de pokerspeler dat poker geen kansspel was, pleitbaar is; er kan aldus geen boete opgelegd  worden."


 

 

*****

Update VMW Taxand: ‘Fiscale Pokerprocedure’

8 augustus 2010

Beste deelnemers,

Graag willen wij jullie op de hoogte houden omtrent de ontwikkelingen binnen de proefprocedure en de fiscale zaken omtrent de kansspelbelasting. De afgelopen maand heeft zich een aantal dingen voorgedaan waar we jullie graag over willen informeren.

Eenmalig bezwaar maken

De Belastingdienst heeft eerder aangegeven dat het mogelijk is om slechts eenmalig bezwaar te maken tegen de eigen aangifte en betaling van de kansspelbelasting, mits dit uitdrukkelijk wordt vermeld in het bezwaarschrift. Omdat wij echter twijfelen of dit bij iedereen juist wordt afgestemd hebben wij overleg gevoerd met de Belastingdienst. We zijn overeengekomen dat VMW Taxand een overzicht kan doorgeven aan de Belastingdienst van alle deelnemers aan de proefprocedure die eenmaal bezwaar willen maken tegen hun eigen aangifte en betaling van de kansspelbelasting. Indien je een beroep wilt doen op de regeling om eenmalig bezwaar te maken dan kun je dit aan de Stichting Fiscale Pokerprocedure doorgeven onder vermelding van je volledige naam en bsn-nummer. VMW Taxand zal dan de Belastingdienst inlichten.

Anonieme creditcards

De Belastingdienst heeft een bericht gepubliceerd waarin zij aangeven strenger te zullen gaan controleren op anonieme creditcards die betrekking hebben op anonieme bankrekeningen in het buitenland. Hier vallen tevens de betaalrekeningen onder die veel pokeraars gebruiken voor hun winst uit online poker. Deze betaalrekening moet namelijk worden opgegeven bij de aangifte Inkomstenbelasting als box 3 vermogen. Indien de Belastingdienst de betaalrekening in het buitenland ontdekt dan zul je alsnog naheffingsaanslagen ontvangen voor de kansspelbelasting en een navorderingsaanslag inkomstenbelasting. Daarnaast zullen er boetes opgelegd worden, die op kunnen lopen tot 300% van het belastingbedrag. De belastingdienst heeft in dit geval de mogelijkheid om over 12 jaar na te vorderen.

Boete

De Belastingdienst kan een boete opleggen indien je het inkomen dat je hebt verkregen met online poker op een pokeraccount of een buitenlandse betaalrekening houdt en niet opgeeft bij de aangifte Inkomstenbelasting als box 3 inkomen.

Indien je dit jaar alsnog vrijwillig een volledige aangifte inkomstenbelasting indient over de jaren 2008 en 2009 dan zul je geen boete krijgen. Bij een vrijwillige verbetering over eerdere jaren zal echter een boete worden opgelegd. Deze boete bedraagt nu nog 15% van de verschuldigde belasting maar dit zal per 1 juli 2010 worden verhoogd naar 30%. Indien je de aangifte niet vrijwillig verbetert en de Belastingdienst komt zelf achter de betaalrekening en pokeraccounts, dan kan de boete maximaal 300% bedragen. Voorlopig zal deze boete voor de box III inkomsten maximaal 150% zijn maar dit kan in de toekomst oplopen.

Naast het niet opnemen van het resultaat uit poker in de Inkomstenbelasting, kan de Belastingdienst tevens een boete opleggen omdat je geen aangifte kansspelbelasting hebt gedaan. Die boete bedraagt maximaal 100% van de niet betaalde belasting. De boete wordt niet opgelegd wanneer je vrijwillig aangifte kansspelbelasting doet.

Verloop gerechtelijke procedure

We willen alle deelnemers aan de Fiscale Pokerprocedure graag op de hoogte houden over de voortgang van de procedure, alsmede verduidelijken hoe een dergelijke gerechtelijke procedure in zijn gang gaat. Het is dan beter in de schatten waar we ons op dit moment bevinden en welke stappen moeten worden genomen richting de rechter om een positieve uitspraak te krijgen.

Op dit moment bevinden we ons in de bezwaarfase. Een groot aantal deelnemers hebben naheffingsaanslagen kansspelbelasting ontvangen waartegen bezwaar is gemaakt. De bezwaarfase is in feite een ambtelijke heroverweging van de Belastingdienst zelf. Deze fase wordt afgesloten door een uitspraak op het bezwaarschrift waarin zij beoordelen of de naheffingsaanslag terecht is opgelegd. Deze fase duurt normaal 6 weken, maar de Belastingdienst kan - in bijzondere gevallen - de uitspraak langer uitstellen (maximaal 12 maanden). De Belastingdienst heeft eerder kenbaar gemaakt meer tijd nodig te hebben om een uitspraak te doen op alle bezwaarschriften die VMW Taxand namens de deelnemers heeft ingediend. De Belastingdienst heeft recent aangegeven binnenkort een uitspraak te doen op de bezwaarschriften van twee deelnemers, waarna de procedure verder in gang kan worden gezet.

Deze uitspraak op bezwaarschrift is namelijk nodig om beroep bij de rechtbank te kunnen aantekenen en de procedure daadwerkelijk te starten. Zonder uitspraak op bezwaarschrift is zo een beroep niet mogelijk. Het beroepschrift is in eerste concept gereed en zal, na de uitspraak op bezwaar van de Belastingdienst, geheel afgerond worden. Het onderzoek van de buitenlandse belastingstelsels (waarnaar VMW Taxand in een van de vorige updates heeft verwezen) hebben we nodig voor dit beroepschrift en is in volle gang. Hier lopen we vooruit op de planning, omdat - zoals hierboven reeds gemeld - de uitspraak op bezwaarschrift nog niet binnen is. Zodra de Belastingdienst een uitspraak heeft gedaan op een bezwaarschrift, zal VMW Taxand een beroepschrift tegen deze uitspraak indienen. Dit moet binnen 6 weken na de uitspraak gebeuren.

Na indiening van de beroepschriften, krijgt de Belastingdienst van de rechtbank 4 weken de tijd om een verweerschrift in te dienen. Over het algemeen kan door de Belastingdienst uitstel gevraagd worden, maar de Belastingdienst heeft kenbaar gemaakt dit niet te doen. Afhankelijk van de inhoud van het verweerschrift kan er een 2e schriftelijke ronde ingelast worden, die ongeveer 2-3 maanden duurt. Aangezien de problematiek vrij helder is, verwachten wij niet dat die 2e schriftelijke ronde noodzakelijk is. Vervolgens wordt een zitting gepland. Het plannen van een zitting duurt normaliter circa 3 maanden. De uitspraak van de rechtbank volgt normaliter maximaal 6 weken na de zitting.

Na de uitspraak van de rechtbank kan hoger beroep bij het gerechtshof ingesteld worden. Het is zeer waarschijnlijk dat er, of door VMW Taxand of door de Belastingdienst hoger beroep ingesteld gaat worden. De hoger beroepprocedure is gelijk aan de procedure in eerste instantie en heeft een vergelijkbare doorlooptijd. De belastingdienst heeft reeds aangegeven dat het bespreekbaar is om in “sprong cassatie” te gaan. In feite wordt hier de procedure voor het Hof overgeslagen en wordt direct na uitspraak van de rechtbank cassatieberoep ingesteld. Dit zal de duur van de procedure aanzienlijk verkorten.

Na de uitspraak van het gerechtshof kan cassatieberoep bij de Hoge Raad ingediend worden. De schriftelijke procedure loopt over het algemeen gelijk aan de beroepsfase in eerste en tweede instantie. In het fiscale is ongebruikelijk om een mondelinge zitting te plannen, maar aangezien het hier om een principiële kwestie gaat  zou het zeer wel zo kunnen zijn dat de Hoge Raad zelf aan partijen verzoekt de stellingen mondeling toe te lichten. Het is waarschijnlijk dat de Hoge Raad prejudiciële vragen gaat stellen aan het Hof van Justitie in Luxemburg (de EU recht aspecten van onze stellingen), tenzij men vindt dat zij de kwestie zelf kunnen afwikkelen. Mocht het komen tot een zitting voor het Hof van Justitie dan zal de looptijd van de procedure enkele jaren kunnen duren.

Is poker geen kansspel?

Zoals jullie weten is begin juli door de Rechtbank Den Haag beslist dat poker een behendigheidsspel is en geen kansspel. Dit was voor iedereen in de praktijk een verrassende uitspraak, vooral omdat de Hoge Raad in 1998 beslist had dat poker wel een kansspel was. Deze beslissing is genomen in een strafzaak in het kader van de Wet op de Kansspelen. Het openbaar ministerie heeft overigens hoger beroep aangetekend. Het is nagenoeg zeker dat deze zaak tot de Hoge Raad uitgeprocedeerd wordt. De vraag is nu wat de fiscale gevolgen zijn van deze uitspraak?

  • Het begrip kansspel moet volgens de wetsgeschiedenis van de Wet op de Kansspelbelasting op dezelfde manier uitgelegd te worden als voor de Wet op de Kansspelen. In zoverre heeft deze uitspraak direct gevolgen voor de Kansspelbelasting. De belastingdienst heeft inmiddels (mondeling) aangekondigd de Haagse uitspraak niet te aanvaarden. Totdat de Hoge Raad in deze zaak beslist heeft, zal de belastingdienst de positie innemen dat poker wel een kansspel is (conform het arrest van de Hoge Raad uit 1998). In de loop van de maand augustus zullen alle – bij de fiscus bekende – pokerspelers een brief ontvangen waarin dit standpunt van de fiscus verder toegelicht wordt.
  • Wanneer poker niet meer als kansspel wordt beschouwd, zouden theoretisch beschouwd pokerresultaten belast kunnen worden als resultaat uit overige werkzaamheden in de inkomstenbelasting. Voorzover ik kan overzien, zal de fiscus dit standpunt niet innemen totdat de Hoge Raad in de Haagse zaak beslist heeft, maar het valt niet uit te sluiten dat de fiscus gedwongen wordt om ter behoud van rechten aanslagen inkomstenbelasting op te leggen, wanneer pokerspelers massaal weigeren aangiften kansspelbelasting in te dienen.

Deelname Fiscale Pokerprocedure

De Belastingdienst is van mening dat de naheffingsaanslagen kansspelbelasting en de boete wegens het niet doen van aangifte terecht zijn op basis van de huidige wetgeving. Wij zijn het hier niet mee eens en zullen dit voorleggen aan de rechter in de Fiscale Pokerprocedure. In deze procedure zullen wij de belangen van de pokeraars behartigen en ons inzetten voor een juiste uitkomst. Bovengenoemde acties van de Belastingdienst zoals de sterkere controle en verhoging van de boete benadrukken de noodzaak om een dergelijke procedure te voeren. Je kunt deelnemen aan de proefprocedure en ook jou belangen laten verdedigen. Op de site van de Pokerbond kun je je aanmelden als deelnemer.

 

Met vriendelijke groet,

VMW Taxand

*****

 

 

Update VMW Taxand  ‘Fiscale Pokerprocedure’  
 
08-06-2010
  
Beste deelnemers,
 
Graag willen wij jullie op de hoogte houden omtrent de ontwikkelingen binnen de Fiscale Pokerprocedure.
 
Voortgang
Op dit moment werken wij aan een onderzoek naar buitenlandse kansspelbelasting. Om te beoordelen of Nederland vrijstelling van belasting moet geven voor inkomen uit buitenlandse kansspelen is van belang of en in hoeverre de inkomsten reeds belast zijn in het buitenland. De uitkomst van dit onderzoek vormt het laatste deel van de inhoudelijke onderbouwing van de procedure. We verwachten dat we hierna de zaak kunnen voorleggen aan de rechter.
 
Aanmaningen
Veel van jullie ontvangen naheffingsaanslagen en maken hiertegen bezwaar. In de afgelopen periode horen wij vaak dat, ondanks dat expliciet om uitstel van betaling is verzocht, deelnemers nog steeds een aanmaning ontvangen van de Belastingdienst. De Belastingdienst heeft aangegeven dat dit komt door administratieve miscommunicatie. Mocht je in de toekomst een aanmaning ontvangen dan kun je contact met ons opnemen. Wij kunnen dit direct doorgeven aan de Belastingdienst en de invordering stoppen. Mocht je echter slechts een herinnering tot betaling ontvangen dan hoef je geen contact met ons op te nemen. Dit kan  zijn doordat de het bezwaarschrift en de herinnering elkaar kruisen. Herinneringen worden namelijk verzonden nadat de betalingstermijn is verlopen en dit kan nog binnen de bezwaartermijn zijn.
 
Informatieverzoek
Een groot aantal deelnemers heeft een informatieverzoek van de Belastingdienst ontvangen en is dit moment bezig de informatie te verzamelen of heeft de informatie reeds verstrekt. De Belastingdienst heeft aan ons aangegeven niet direct actie te zullen ondernemen na ontvangst van de informatie zoals de nicknames en de behaalde resultaten. Het kan dus enige tijd duren voordat je reactie krijgt op je brief en de consequenties zullen later bekend worden. Houd er echter wel rekening mee dat je op tijd op de brief reageert.
 
Met vriendelijke groet,
 
VMW Taxand
 
****

Korte update van VMW Taxand:

30-04-2010

Update naar aanleiding van de verzoeken om informatie over de pokerinkomsten in de laatste 5 jaar die de fiscus verzonden heeft begin april.

"In onze vorige update is opgemerkt dat de pokersites graag meewerken aan de verzoeken van individuele pokerspelers om de pokerinkomsten over de laatste 5 jaar te verzamelen.

Om te voorkomen dat de sites overstelpt raken door verschillende verzoeken zijn we in overleg getreden met de belastingdienst. De belastingdienst zal een eenvoudige template maken voor de pokersites, zodat de gewenste informatie zonder al te veel problemen en efficient door de sites aangeleverd kunnen worden aan de individuele spelers.

Totdat deze informatiestroom enigszins efficiënt opgang gebracht kan worden moeten de spelers een kort briefje sturen naar de belastingdienst met een verzoek om uitstel van beantwoording van de april brief."

****

Update van VMW Taxand:

14-04-2010

 

Beste deelnemers aan de Fiscale Pokerprocedure,

Wij hebben vernomen dat een groot aantal van jullie correspondentie van de Belastingdienst heeft ontvangen met daarin de vraag om een aangifte kansspelbelasting in te dienen voor je pokerinkomsten vanaf 2005 en je nicknames op pokersites aan te Belastingdienst door te geven. Wij willen graag een aantal punten benadrukken die van groot belang zijn:

-     Het is zeer belangrijk dat de reactietermijn die in de brief wordt genoemd niet wordt overschreden. Zorg ervoor dat je voordat de termijn verloopt op de brief hebt gereageerd. Indien je voor deze termijn nog niet de benodigde informatie hebt verkregen dien je in ieder geval mede te delen dat je ermee bezig bent. Deze reactie dien je schriftelijk naar de Belastingdienst te verzenden.

-     Je bent helaas verplicht om aan het informatieverzoek te voldoen. Een officieel informatieverzoek van de Belastingdienst mag niet geweigerd worden. Je zult de aangifte KSB dus moeten indienen en je nicknames openbaar moeten maken. Indien je de informatie helemaal niet geeft of onvolledig of onjuist, dan kan de Belastingdienst een schatting van je pokerinkomsten maken. Het is dan aan jou om te bewijzen dat deze anders bedragen indien je het hier niet mee eens bent. Tevens kan de Belastingdienst een boete opleggen indien je opzettelijk onjuiste gegevens hebt verstrekt.

-     Indien je moeite hebt met het achterhalen van je pokerinkomsten per maand kun je de pokersites mailen met het verzoek om deze informatie. Zij zullen je deze informatie dan geven.

-     In november 2008 is de Wet op de Kansspelbelasting gewijzigd en is een specifieke bepaling voor internetkansspelen opgenomen. Je bent echter ook over je inkomsten van vóór 1 november 2008 kansspelbelasting verschuldigd. Wat betreft deze periode kun je eventueel een beroep doen op de vrijstelling. Indien je slechts handen onder de € 454,- hebt gespeeld dan is de gehele prijs vrijgesteld. Kun je dit niet aantonen dan dien je alles aan te geven. Onze ervaring in de praktijk is dat je in overleg kunt treden met de Belastingdienst en mogelijk een regeling kunt treffen wat betreft het vaststellen van je pokerwinst  De regeling kan inhouden dat als je al je winsten en verliezen duidelijk aan de Belastingdienst kan overleggen, je winst op jaarbasis wordt vastgesteld. Dit betekent dat je de winsten en verliezen in dat jaar met elkaar kunt verrekenen en de kansspelbelasting over het saldo wordt berekend. Deze mogelijkheid tot overleg met de Belastingdienst geldt slechts voor de periode tot 1 november 2008 en heeft een gunstige uitwerking op het bedrag dat je aan kansspelbelasting moet betalen. Houdt er echter rekening mee dat je niet van deze regeling uit kunt gaan en dat je het te allen tijde persoonlijk met de Belastingdienst moet afspreken.

Indien je de aangifte kansspelbelasting gaat indienen zul je de kansspelbelasting tevens moeten betalen. Daarna is zeer belangrijk dat je tegen deze aangifte bezwaar maakt. Indien je geen bezwaar maakt tegen je eigen aangifte komt deze vast te staan. De uitspraak van de rechter in de proefprocedure zal dan voor jou geen effect hebben en je zult de betaalde belasting niet kunnen terugvorderen indien wij de procedure winnen. Let erop dat je dit bezwaarschrift binnen 6 weken nadat je aangifte hebt gedaan indient.

Deze acties van de Belastingdienst benadrukken nog maar eens het belang van de proefprocedure. Wij willen dat de rechter beslist of je als pokeraar verplicht bent kansspelbelasting te betalen. Mocht je nog geen deelnemer zijn aan de proefprocedure, dan kun je je hier alsnog aanmelden.

Met vriendelijke groet,

VMW Taxand

 
 
*****
 
Update van Stichting Fiscale Pokerprocedure:
 
13-04-2010
 
Beste pokerliefhebber,

Een tijdje geleden is er al aandacht besteed aan de pokerprocedure tegen de belastingdienst. Naar buiten toe is het wellicht stil geweest maar er is achter de schermen hard gewerkt om de zaak op gang te brengen en inmiddels zijn alle voorbereidingen getroffen om de fiscale pokerprocedure daadwerkelijk te gaan starten.
Voor de pokerprocedure is er een onafhankelijk stichting opgericht, Stichting Fiscale Pokerprocedure, die het gehele proces zal beheren en aansturen alsmede de communicatie zal verzorgen. 
 
De Nederlandse PokerBond heeft ons op haar website (www.pokerbond.nl) de ruimte gegeven om informatie te plaatsen over de stichting alsmede haar doel en als wat hiermee samenhangt. Ook zullen hier regelmatig updates worden gegeven over de voortgang van de procedure. Via deze link vindt je alle informatie over Stichting Fiscale Pokerprocedure.
 
Mocht je toch een vraag hebben en er niet uitkomen op de site dan kan je natuurlijk altijd mailen (This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.)
 
Middels deze post roepen wij jullie op om dit initiatief te steunen. De groep spelers/belanghebbenden wordt steeds groter maar iedere steun is welkom!  Op de  site van de pokerbond staat alles uitgebreid uitgelegd, ook hoe jij je kan aanmelden en wat de individuele kosten zijn voor deelname.
 
Het is tijd voor actie, vele handen maken licht werk, dus laten we er met zijn allen een succes van maken! 
 
Groet,
Stichting Fiscale Pokerprocedure

*****

Update van VMW Taxand:

15-01-2010

Graag geven we jullie een update omtrent de voortgang van het proefproces.

Ten aanzien van de afspraken met de Belastingdienst over de proefprocedure heeft de inspecteur zijn mening gegeven omtrent het doen van aangifte, het maken van bezwaar en de pokerinkomsten van vóór 1 november 2008.

De Belastingdienst geeft aan dat het niet mogelijk is om de wettelijke verplichting tot het doen van de aangifte en het betalen van de kansspelbelasting op te schorten in afwachting van de proefprocedure. Dit betekent dat je de verplicht blijft om iedere maand aangifte te doen en dat indien je dit niet doet de Belastingdienst een boete zal opleggen. De Belastingdienst stelt wel een regeling voor wat betreft het maken van bezwaar tegen de eigen aangifte en de administratieve rompslomp die hierbij komt kijken. De inspecteur zegt toe dat, wanneer je iedere maand een aangifte doet en de belasting betaalt, het voldoende is om eenmalig bezwaar te maken tegen je eigen aangifte. De Belastingdienst zal dan, bij winst voor de pokerspelers in de proefprocedure, uit zichzelf terugkomen op de latere aangiften kansspelbelasting. Je dient wel specifiek om deze regeling te verzoeken. Een voordeel van deze regeling is dat je maar eenmalig bezwaar hoeft te maken. Wees er echter van bewust dat je bij deze regeling afstand doet van je rechten om per aangifte bezwaar te maken en eventueel in beroep te gaan.

De Belastingdienst is nog steeds van mening dat er niet zodanige onduidelijkheid is omtrent de kansspelbelasting dat er geen boetes opgelegd kunnen worden wanneer er geen aangifte is gedaan. Dit punt zal door ons worden aangevochten in de proefprocedure.

Wat betreft de pokerinkomsten van vóór 1 november 2008 stelt de Belastingdienst het volgende voor. Indien je zelf kunt aantonen dat de prijzen per pot (zonder aftrek van de inleg) onder de € 454 blijven, vallen alle inkomsten onder de vrijstelling en is geen kansspelbelasting verschuldigd. De prijzen die boven dit bedrag uitkomen zijn echter wel

belast. Indien je niet kunt aantonen dat de prijzen niet meer bedragen dan € 454 per pot, dan gaat de Belastingdienst akkoord met het heffen van kansspelbelasting over het saldo van al je pokerinkomsten van vóór 1 november 2008. Dan kun je zowel je inleg als je verliezen verrekenen met de gewonnen prijzen. De vrijstelling van € 454 geldt dan echter niet meer.

Tevens geeft de inspecteur aan dat er geen uitspraak gedaan zal worden op alle bezwaarschriften voordat de rechter heeft besloten in de proefprocedure.

Op dit moment voert Frans Duynstee verder overleg met de inspecteur omtrent de opzet van de proefprocedure. Er zullen twee bezwaarschriften, die zien op situaties waarin alle uit te procederen elementen zitten, gekozen worden om verder uit te procederen. Wij werken aan verdere onderbouwing van de standpunten en zullen dit binnenkort aan de rechter voorleggen in de proefprocedure.

Mocht je gebruik willen maken van de regeling die de Belastingdienst aanbiedt omtrent het bezwaar maken tegen je eigen aangifte of heb je tevens pokerinkomsten van vóór 1 november2008, dan kun je contact met ons opnemen. Ook voor verdere vragen kun je ons bereiken.

Er zal spoedig bericht komen over de Stichting Fiscale Pokerprocedure en de wijze waarop ieder aan zijn bijdrage kan voldoen.

 
Disclaimer:
 
Deze pagina bevat uitsluitend algemene informatie over de Stichting Fiscale Pokerprocedure, haar werkzaamheden en haar standpunten. Het gebruik van deze pagina en de daarin opgenomen informatie is voor eigen risico van de gebruiker. Aan de inhoud van deze pagina kunnen geen rechten worden ontleend.
 
De stichting spant zich in om deze pagina goed te laten functioneren en toegankelijk te houden. De stichting kan dit niet garanderen en is niet aansprakelijk voor enige schade als gevolg van het gebruik, hetzij het verminderd of tijdelijk niet functioneren of niet bereikbaar zijn van de website.
 
Hoewel de stichting grote zorg heeft besteed aan de inhoud van deze pagina staat zij niet in voor de juistheid en volledigheid daarvan. De stichting is dan ook niet aansprakelijk voor enige schade die verband mocht houden met de onjuistheid of onvolledigheid van informatie vermeld op deze pagina of voor schade die verband houdt met het gebruik van die informatie.
 
Verwijzingen naar of links met andere websites dienen alleen voor het gemak en ter informatie van de gebruiker. De stichting heeft geen onderzoek gedaan naar de toegankelijkheid, de juistheid of toepasselijkheid van de inhoud van deze websites.
 
Gegevens/ bescheiden van deze pagina mogen enkel met bronvermelding worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt, mits dit geen schade toebrengt aan de oorspronkelijke doelstelling of de context waarin deze gegevens/bescheiden zijn vermeld. Het auteursrecht op deze website berust bij de stichting. De Auteurswet is dan ook onverkort van toepassing.
 
  

Disclaimer

Stichting Nederlandse PokerBond sluit alle aansprakelijkheid uit voor enigerlei directe of indirecte schade, van welke aard dan ook, die voortvloeit uit of in enig opzicht verband houdt met het gebruik van deze website. Stichting Nederlandse PokerBond stimuleert op geen enkele wijze deelname aan illegale kansspelen.

Copyright

Het auteursrecht op al het materiaal op www.pokerbond.nl en alle subdirectories berust in principe bij Stichting Nederlandse PokerBond, tenzij anders vermeld.  Het is niet toegestaan om zonder uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van Stichting Nederlandse PokerBond informatie via elektronische en gedrukte media of op welke andere wijze ook, op te slaan en/of te verspreiden.

Persoonsgegevens

Wij geven geen persoonlijke gegevens uit. Uw persoonlijke gegevens, ten behoeve van onze nieuwsbrief,  zullen nimmer zonder uw nadrukkelijke toestemming aan een derde partij worden uitgegeven.
RocketTheme Joomla Templates