Twitter

Politiek: een lang verhaal…

tweede_kamer

In aanloop naar het voor poker in Nederland cruciale jaar 2012 volgen in deze rubriek enkele achtergrondverhalen over het politieke dossier kansspelen. In het eerste artikel keken we naar het vraagstuk kansspelen via internet. In het tweede artikel is het ontstaan van de kansspelautoriteit aan de beurt.

Politiek dossier: Kansspelautoriteit

Alhoewel de Kansspelautoriteit op het eerste gezicht misschien een weinig interessant dossier lijkt is gebleken dat de (eveneens moeizame) totstandkoming hiervan een belangrijke rol is gaan spelen in het debat rond de modernisering van het Nederlandse kansspelbeleid.

Evenals bij het dossier kansspelen via internet speelt de in maart 1999 benoemde MDW-werkgroep kansspelen in dit dossier een belangrijke rol. De bevindingen van deze werkgroep worden uiteindelijk gebundeld in het rapport “Nieuwe ronde, nieuwe kansen”. In dit rapport geeft de werkgroep vanuit MDW-perspectief een analyse van de knelpunten die zich voordoen bij de wijze waarop de overheid kansspelen reguleert.

In een brief aan de 2e Kamer (TK 24 036 nr. 180) geven de staatssecretaris van Justitie en de Minister van Economische Zaken op 20 november 2000 een samenvatting van het huidig beleid en van het rapport. Voorts bevat deze brief het kabinetsstandpunt omtrent de aanbevelingen van de werkgroep. Er worden enkele wijzigingen in het kansspelbeleid voorgesteld waarvan ook de intensivering en vernieuwing van het toezicht op vergunninghouders er een is:

3.2.1.2 Toezicht op vergunninghouders

Om toezicht te houden op de landelijke vergunninghouders zal een nieuw orgaan worden ingericht dat operationeel toezicht houdt en advies geeft aan vergunningverleners met betrekking tot de uitvoering…

…Dergelijke taken vereisen een meer directe sturingsrelatie tussen het ministerie van justitie en dit toezichthoudend orgaan dan thans het geval is met het College van toezicht op de kansspelen. Wij zullen met het college in overleg treden teneinde te bezien op welke wijze invulling kan worden gegeven aan een nieuw orgaan. Hierbij dient ervoor gewaakt te worden dat de bij het college opgebouwde expertise verloren gaat…

Het College van toezicht op de kansspelen, dat op 1 januari 1996 werd ingesteld als onafhankelijk toezicht- en adviesorgaan voor de landelijke kansspelen, geeft op 22 december 2000 in een eerste reactie aan dat de huidige rol waarbij zij slechts adviserend optreedt onbevredigend is. Het College kan zich weliswaar vinden in de gedachte dat de uitvoering van de Wet op de kansspelen op landelijk niveau in één hand wordt gebracht bij één bestuursorgaan, dat daartoe kwalitatief en kwantitatief voldoende toegerust moet zijn en slagvaardig kan optreden, maar naar de opvatting van het College dient dit echter wel een onafhankelijke toezichthouder te zijn en uit het kabinetsstandpunt leidt het College af dat de nieuwe toezichthouder geen onafhankelijk bestuursorgaan zal zijn. We zullen de verdere ontwikkelingen volgen vanuit de jaarverslagen van het College van toezicht op de kansspelen:

Jaarverslag 2000

“…Het College kan zich vinden in de gedachte dat de uitvoering van de Wet op de kansspelen (vergunningverlening en toezicht op de naleving daarvan) op landelijk niveau in één hand wordt gebracht bij één bestuursorgaan, dat daartoe kwalitatief en kwantitatief voldoende toegerust moet zijn en slagvaardig kan optreden. Naar de opvatting van het College dient dit een onafhankelijke toezichthouder te zijn. Het kabinet stelt evenwel voor om het huidige onafhankelijk toezicht op de kansspelen af te schaffen. Het College acht dit geen voor de hand liggende keuze. Gelet op het bijzondere karakter van het kansspelbestel, dat ondanks de MDW-operatie vooralsnog grotendeels gehandhaafd zal blijven, is een onafhankelijke en uitgewogen oordeelsvorming ten aanzien van de belanghebbenden op dit terrein noodzakelijk…”

Jaarverslag 2002

“…De voorstellen tot liberalisering van de kansspelen in Nederland in het kader van de operatie Marktwerking, Deregulering en Wetgevingskwaliteit (MDW) lijken van de baan. Het College kan dit niet betreuren. Naar het zich laat aanzien zijn de beleidsvoornemens ten aanzien van het toekomstig kansspelbeleid thans van een meer realistisch gehalte dan in de voorgaande jaren. Met het aantreden van het kabinet Balkenende II verwacht het College een zekere mate van consistentie in de beleidsvoornemens ten aanzien van het toekomstig kansspelbeleid…

…Het College heeft reeds eerder aangegeven dat het zich kan vinden in de gedachte dat de uitvoering van de Wet op de kansspelen (vergunningverlening en toezicht op de naleving daarvan) op landelijk niveau in één hand wordt gebracht bij één bestuursorgaan, dat daartoe kwalitatief en kwantitatief voldoende toegerust moet zijn en slagvaardig kan optreden. Naar de opvatting van het College dient dit een onafhankelijke toezichthouder te zijn. Dat wil zeggen dat deze niet hiërarchisch ondergeschikt is aan het voor het kansspelbeleid verantwoordelijke ministerie. Gelet op het bijzondere karakter van het kansspelbestel, dat naar het zich laat aanzien vooralsnog grotendeels gehandhaafd zal blijven, blijft ook een onafhankelijke en uitgewogen oordeelsvorming ten aanzien van de belanghebbenden op dit terrein noodzakelijk. Het College pleit dan ook voor het handhaven van een zelfstandig bestuursorgaan op het terrein van de kansspelen…”

Jaarverslag 2003

“…Het College pleit daarin voor een nieuwe onafhankelijke toezichthouder op het terrein van de kansspelen, die kwalitatief en kwantitatief voldoende toegerust moet zijn om slagvaardig te kunnen optreden. Het huidige College kan geen operationeel toezicht uitoefenen en waar nodig corrigerend optreden, omdat het de wettelijke instrumenten daarvoor ontbeert en evenmin organisatorisch daarvoor is toegerust. Blijkens een op 3 juni 2004 gehouden algemeen overleg is er in de Tweede Kamer een brede steun voor een onafhankelijke toezichthouder op het terrein van de kansspelen…”

Jaarverslag 2004

“…In zijn jaarverslag herhaalt het College nogmaals zijn pleidooi voor het instellen van een nieuwe onafhankelijke regulator op het terrein van de kansspelen. Gelet op de recente expansie van de speelautomatenhallen is het College eens te meer van opvatting dat ook de speelautomatenbranche onder het toezicht van de nieuwe regulator dient te worden gebracht…”

Jaarverslag 2005

“…Daarin pleit het College nogmaals voor het instellen van een nieuwe onafhankelijke regulator op het terrein van de kansspelen, die kwalitatief en kwantitatief voldoende toegerust moet zijn en slagvaardig kan optreden…”

Jaarverslag 2006

“…Het College van toezicht op de kansspelen pleit al geruime tijd voor het instellen van een nieuwe onafhankelijke regulator op het terrein van de kansspelen, die kwalitatief en kwantitatief voldoende toegerust moet zijn en slagvaardig kan optreden. Het College is verheugd dat dit nu eindelijk gerealiseerd lijkt te worden.

In 2006 bestond het College 10 jaar. Ter gelegenheid daarvan is het seminar De toekomst van het toezicht gehouden. Met dit seminar beoogde het College een bijdrage te leveren aan de gedachtevorming over de op handen zijnde wijzigingen in het toezichtregime op het terrein van de kansspelen. Ter gelegenheid van het seminar zijn de resultaten gepresenteerd en bediscussieerd van een in opdracht van het College door Research voor Beleid uitgevoerd rechtsvergelijkend onderzoek naar het toezicht op de kansspelen in Europa.

Het toenmalig kabinet heeft in 2000 besloten dat het wenselijk is een nieuw orgaan op te richten dat operationeel toezicht houdt op de landelijke kansspelvergunninghouders. Inmiddels zijn meer dan zes jaren verstreken. Het College spreekt de hoop uit dat het op 22 februari 2007 nieuw aangetreden kabinet daar nu serieus mee aan de slag gaat en dat in deze kabinetsperiode een geheel nieuwe Wet op de kansspelen tot stand zal komen…”

Jaarverslag 2007

“…In zijn vorig jaarverslag heeft het College van toezicht op de kansspelen de hoop uitgesproken dat het op 22 februari 2007 nieuw aangetreden Kabinet nu serieus aan de slag gaat met de oprichting van een nieuw orgaan dat operationeel toezicht houdt op de landelijke kansspelvergunninghouders en dat in deze kabinetsperiode een geheel nieuwe Wet op de kansspelen tot stand zal komen. Het College is dan ook verheugd dat thans een concept-voorstel voor een nieuwe Wet op de kansspelen voorligt, dat voorziet in de oprichting van een onafhankelijke Kansspelautoriteit met een bijpassend wettelijk handhavinginstrumentarium…”

Jaarverslag 2008

“…Het College heeft met instemming kennis genomen van de brief van de Minister van Justitie van 23 december 2008 aan de Tweede Kamer, waarin hij aangeeft om vooruitlopend op de totstandkoming van een nieuwe Wet op de kansspelen, de huidige wet te wijzigen in verband met de instelling van een kansspelautoriteit. Het College is verheugd dat de Minister van Justitie de opvatting van het College onderschrijft dat er in de praktijk dringend behoefte bestaat aan een daadkrachtige toezichthouder. Het College bepleit immers al jaren de instelling van een onafhankelijke toezichthouder met de nodige bevoegdheden…”

Jaarverslag 2009

“…Op 16 december 2009 is bij de Tweede Kamer een voorstel van wet aanhangig gemaakt tot wijziging van de Wet op de kansspelen in verband met de instelling van de kansspelautoriteit. Met de instelling van de kansspelautoriteit komt een einde aan het bestaan van het College. Het College hoopt op een voorspoedige parlementaire behandeling, zodat er op korte termijn een onafhankelijke toezichthouder met de nodige bevoegdheden zal zijn; iets wat het College al jaren bepleit…

…Niettemin heeft het College twee fundamentele kritiekpunten op het wetsvoorstel. Ten aanzien van de voorgestelde financiering van de kosten van de kansspelautoriteit middels een heffing, blijft het College van opvatting dat financiering middels (een beperkte verhoging van) de kansspelbelasting (de geraamde kosten vormen nog geen 1% van de opbrengst kansspelbelasting) de administratieve lasten voor de kansspelautoriteit en de vergunninghouders aanzienlijk zal beperken. Bovendien vreest het College dat er in geval van afzonderlijke leges en heffingen te veel een afhankelijkheidsrelatie zou kunnen ontstaan tussen de toezichthouder en het betrekkelijk kleine speelveld van de vergunninghouders. Het College wijst hier op de mogelijke integriteitsrisico's, die dat met zich mee kan brengen. Ook blijft het College het onjuist en ongewenst vinden dat een externe marktpartij, in casu het NMi-bedrijf Verispect, belast blijft met de inspectie ter plaatse van kansspelautomaten en dat ook deze overheidstaak niet bij de kansspelautoriteit wordt ondergebracht. Hiermee blijft de kansspelautoriteit voor gespecialiseerde (technische) kennis afhankelijk van derden; naar de opvatting van het College een van de onvolkomenheden van de huidige verbrokkelde toezichtstructuur…”

Jaarverslag 2010 (laatste)

“…Op 16 december 2009 is bij de Tweede Kamer een voorstel van wet aanhangig gemaakt tot wijziging van de Wet op de kansspelen in verband met de instelling van de kansspelautoriteit. In zijn vorig jaarverslag heeft het College de hoop uitgesproken op een voorspoedige parlementaire behandeling van het wetsvoorstel, zodat er op korte termijn een onafhankelijke toezichthouder met de nodige bevoegdheden zal zijn; iets wat het College al jaren bepleit. Met de instelling van de kansspelautoriteit komt een einde aan het bestaan van het College. Het College vertrouwt nog steeds op een voorspoedige parlementaire behandeling van het wetsvoorstel, zodat op 1 januari 2012 de kansspelautoriteit van start kan gaan…”

Op 7 september 2011 heeft de plenaire behandeling in de Tweede Kamer plaatsgevonden van het voorstel van wet tot wijziging van de Wet op de kansspelen in verband met de instelling van de kansspelautoriteit en is deze op 27 september 2011 met algemene stemmen aangenomen. Indien ook de Eerste Kamer zich hierin kan vinden, zal de kansspelautoriteit dan eindelijk toch een feit zijn…

Politiek: een lang verhaal…

 

Achtergronden

tweede_kamer

Chronologisch overzicht

kalender

Facebook

Disclaimer

Stichting Nederlandse PokerBond sluit alle aansprakelijkheid uit voor enigerlei directe of indirecte schade, van welke aard dan ook, die voortvloeit uit of in enig opzicht verband houdt met het gebruik van deze website. Stichting Nederlandse PokerBond stimuleert op geen enkele wijze deelname aan illegale kansspelen.

Copyright

Het auteursrecht op al het materiaal op www.pokerbond.nl en alle subdirectories berust in principe bij Stichting Nederlandse PokerBond, tenzij anders vermeld.  Het is niet toegestaan om zonder uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van Stichting Nederlandse PokerBond informatie via elektronische en gedrukte media of op welke andere wijze ook, op te slaan en/of te verspreiden.

Persoonsgegevens

Wij geven geen persoonlijke gegevens uit. Uw persoonlijke gegevens, ten behoeve van onze nieuwsbrief,  zullen nimmer zonder uw nadrukkelijke toestemming aan een derde partij worden uitgegeven.
RocketTheme Joomla Templates